Naar hoofdinhoud
1.. Ingevolge artikel 48, tweede lid, van de Participatiewet kan bijstand worden verleend in de vorm van een geldlening of borgtocht indien: redelijkerwijs kan worden aangenomen dat de alleenstaande of het gezin op korte termijn over voldoende middelen zal beschikken om over de betreffende periode in de noodzakelijke kosten van het bestaan te voorzien; de noodzaak tot bijstandsverlening het gevolg is van een tekortschietend besef van verantwoordelijkheid voor de voorziening in het bestaan; de aanvraag een door de alleenstaande of het gezin te betalen waarborgsom betreft; het bijstand ter gedeeltelijke of volledige aflossing van een schuldenlast betreft. 2.. In situaties, genoemd in artikel 48, tweede lid, van de Participatiewet, verleent het college bijstand om niet aan de alleenstaande of het gezin: die ten gevolge van een tekortschietend besef van verantwoordelijkheid in bijstandbehoevende omstandigheden verkeert of dreigt te geraken: voor de strikt noodzakelijke kosten; die in een situatie als bedoeld in artikel 3.4, eerste lid, een huurwoning betrekt: voor de waarborgsom die aan de verhuurder verschuldigd is; die als houder van een Vergunning Bepaalde Tijd Asiel een huurwoning betrekt aansluitend op een verblijf in een asielzoekerscentrum: voor één huurtermijn en de waarborgsom die aan de verhuurder verschuldigd zijn; die buiten eigen toedoen niet in aanmerking komt voor schuldhulpverlening: voor het saneren van een bedreigende schuld betreffende de woninghuur of energielasten.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel