Ingevolge artikel 51 van de Participatiewet kan het college bijzondere bijstand voor duurzame gebruiksgoederen verlenen in de vorm van een geldlening of borgtocht, dan wel in de vorm van een bedrag om niet.
In geval van een geldlening stemt het college de aflossingsbedragen en de duur van de aflossing af op de mogelijkheden en middelen van de alleenstaande of het gezin.
Bijzondere bijstand voor duurzame gebruiksgoederen wordt om niet verleend indien het college toepassing geeft aan artikel 3. 4, eerste lid, onder a.
Bijzondere bijstand wordt als renteloze geldlening verleend indien het college toepassing geeft aan artikel 3.4, eerste lid, onderdeel b. De hoogte van de aflossing wordt bepaald op 5% van de geldende bijstandsnorm. De aflossingsduur wordt bepaald op ten hoogste 36 termijnen. Indien de voormalige dak- of thuisloze twaalf maanden achtereen aan zijn betaalverplichtingen heeft voldaan en nog steeds de woning bewoont, scheldt het college het restant van de lening kwijt.
Artikel 4.1.3seels