Naar hoofdinhoud

Artikel 3.1

Uit bijzondere omstandigheden voortvloeiende noodzakelijke kosten

Onderdeel van Beleidsregels Participatiewet, IOAW,IOAZ

Ingevolge artikel 35, eerste lid, van de Participatiewet, heeft de alleenstaande of het gezin recht op bijzondere bijstand voor zover de alleenstaande of het gezin niet beschikt over de middelen om te voorzien in de uit bijzondere omstandigheden voortvloeiende noodzakelijke kosten van het bestaan en deze kosten naar het oordeel van het college niet kunnen worden voldaan uit de bijstandsnorm, de individuele inkomenstoeslag, de individuele studietoeslag, het vermogen en het inkomen voor zover dat meer bedraagt dan de bijstandsnorm. Ingevolge artikel 15, eerste lid, van de Participatiewet, bestaat er geen recht op bijstand voor zover een beroep kan worden gedaan op een voorliggende voorziening die, gezien haar aard en doel, wordt geacht voor de alleenstaande of het gezin toereikend en passend te zijn. Het recht op bijstand strekt zich evenmin uit tot kosten die in de voorliggende voorziening als niet noodzakelijk worden aangemerkt. In noodzakelijke kosten waarin ten tijde van de aanvraag voor bijzondere bijstand is voorzien, wordt bijzondere bijstand verleend, als de kosten een bedrag van € 100 niet te boven gaan en in het gevraagde niet langer dan twaalf maanden tevoren is voorzien. Bij het vaststellen van het bedrag van de uit bijzondere omstandigheden voortvloeiende noodzakelijke kosten van het bestaan wordt aangesloten bij normbedragen welke gelden ingevolge een voorliggende voorziening. Indien dergelijke normbedragen ontbreken, wordt aangesloten bij de kosten van een toereikend te achten voorziening. Het college kan bij de vaststelling van de te verlenen bijzondere bijstand rekening houden met noodzakelijke kosten die de alleenstaande of het gezin geacht kan worden uit te sparen. Het bedrag van de bedoelde besparingskosten wordt ten hoogste vastgesteld op tweederde gedeelte van het toepasselijke richtbedrag als bedoeld in het vorige lid. De kosten van een wettelijke eigen bijdrage ingevolge een aan de Participatiewet voorliggende voorziening, worden geacht te kunnen worden voldaan uit de bijstandsnorm voor zover zij op jaarbasis minder bedragen dan een zogenoemde ondergrens eigen bijdragen. De ondergrens eigen bijdragen is € 50.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel