Ingevolge artikel 57, aanhef, en onderdeel a, van de Participatiewet kan het college, indien en zolang er gegronde redenen zijn om aan te nemen dat de belanghebbende zonder hulp niet in staat is tot een verantwoorde besteding van zijn bestaansmiddelen, aan de bijstand de verplichting verbinden dat de belanghebbende eraan meewerkt dat het college in naam van de belanghebbende noodzakelijke betalingen uit de toegekende bijstand verricht.
Indien met toepassing van artikel 4.1.1, onderdeel d, bijstand wordt verleend voor de sanering van een bedreigende schuld, past het college gedurende drie jaar een inhouding toe van vaste lasten op de te verlenen algemene bijstand.