Het college is van oordeel dat giften als bedoeld in artikel 31 lid 2 onder m, alsmede besparingskosten, verantwoord zijn zolang deze per kalenderjaar niet hoger zijn dan € 1.800.
Wanneer giften in een kalenderjaar samen hoger zijn dan € 1.800 kan het college op basis van individuele omstandigheden van de persoon of diens gezin, besluiten het meerdere vrij te laten voor de beoordeling van het recht op bijstand of de hoogte daarvan. Het is aan het college te onderbouwen waarom de hogere giften niet verantwoord zijn vanuit het oogpunt van bijstandsverlening (zie bijvoorbeeld ECLI:NL:CRVB:2021:1918).
Het college kan in het kader van een onderzoek naar de bestaanszekerheid van bijstandsgerechtigden de giftengrens van € 1.800 voor een door het college omschreven beperkte groep voor een afgebakende periode verhogen.