Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 2: › Paragraaf 2.

Artikel 13.

Criteria individuele voorzieningen

Onderdeel van Verordening jeugdhulp gemeente Beesel

Een jeugdige en/of zijn ouders kunnen slechts in aanmerking komen voor een individuele voorziening als gemeente Beesel, conform het woonplaatsbeginsel, verantwoordelijk is en: voor zover zij geen oplossing kunnen vinden voor de hulpvraag vanuit hun eigen kracht; het kind 3 jaar of ouder is. Als een kind nog jong is dan geldt dat, los van het feit of het kind beperkingen kent, ouders zorgtaken hebben ten aanzien van hun kind. Voor kinderen tot 3 jaar wordt in principe geen jeugdhulp voor begeleiding toegekend. Kinderen in deze leeftijd hebben volledige verzorging en begeleiding van een ouder nodig. Wel kan jeugdhulp worden toegekend wanneer er extra toezicht nodig is vanwege de aandoening, stoornis of beperking van het kind en het aanvullend is op het gebruikelijke ouderlijke toezicht. Het benodigde toezicht en de begeleiding wordt anders van aard als een kind ouder wordt of zich ontwikkelt; er sprake is van een langdurige situatie. Het gaat dan om een situatie waarbij de hulp naar verwachting langer dan 6 maanden nodig is. Indien dit niet het geval is, is er uitzicht op herstel van het probleem en de daarmee samenhangende beperkingen en gaat het college er van uit dat het binnen de eigen mogelijkheden van ouders past om de jeugdige zelf te verzorgen of begeleiden. Heeft de ouder zelf een (geobjectiveerde) beperking, waardoor deze de verzorging of begeleiding niet kan aanleren of uitvoeren, dan kan wel in kortdurende situaties jeugdhulp worden ingezet. Indien de aanvraag betrekking heeft op kosten voor jeugdhulp die de jeugdige of ouder voorafgaand aan de aanvraag heeft gemaakt, kan het college hier slechts een voorziening voor verstrekken: als op het moment van de aanvraag nog steeds sprake is van opgroei- of opvoedproblemen, psychische problemen of stoornissen waarvoor de hulp is ingezet, en; voor zover het college de noodzaak en passendheid van de voorziening en de gemaakte kosten achteraf nog kan beoordelen. Het college kan nadere regels stellen ter verdere uitwerking van de criteria, zoals genoemd in het eerste en tweede lid.

Rechtspraak bij dit artikel