Voor iedere (sociale) huurwoning onder de AB1955TA, AB1985 of AB1998 die, als gevolg van een nieuwe verhuring na 1 juli 2016, met een huur van €1.032,00 per maand of hoger (prijspeil 2020) wordt verhuurd, geldt het navolgende:
De bestemming van de woning blijft ongewijzigd.
Voor deze woningen wordt jaarlijks door de gemeente een aanvullende erfpachtafdracht (“aanvullende canon”) van 27% van het huurbedrag dat boven de dan geldende liberalisatiegrens uitkomt bij de corporaties in rekening gebracht.
De corporaties leveren hiertoe jaarlijks vóór 1 juli aan de gemeente een lijst met de woningen die in het voorgaande kalenderjaar een huur hadden van € 1.032,00 per maand of hoger (prijspeil 2020). Deze lijst geeft voor het betreffende kalenderjaar inzicht in:
Het aantal woningen met een huur van €1.032,00 per maand of hoger
Het huurniveau van deze woningen
De ligging van deze woningen, op het niveau van de 22 gebieden in de stad (zie bijlage 1 voor de indeling in 22 gebieden).
De aanvullende canon wordt jaarlijks per 1 oktober voldaan.
De huurprijsgrens zoals in lid c bedoeld wordt bepaald en geïndexeerd op basis van 140% van de liberalisatiegrens en verwijst naar de maximale huurgrens genoemd in artikel 13, eerste lid, onder a, van de Wet op de huurtoeslag.
Het in dit artikel bepaalde geldt ook voor (al dan niet gesplitste) woningen onder de AB1994 en/of AB2000 met de bestemming “sociale huurwoning”, die in het bezit van corporaties zijn.
Artikel 26