Naar hoofdinhoud
1.. Indien gebleken is dat een houder van een kindercentrum, kinderdagverblijf, buitenschoolse opvang, een gastouderbureau, een voorziening voor gastouderopvang of een peuterspeelzaal niet voldoet aan één of meer kwaliteitseisen van de Wet kinderopvang en alle onderliggende regelgeving, start het college in beginsel een herstellend handhavingstraject. Dit traject is gericht op beëindiging van de overtreding(-en) en/of voorkoming van herhaling van de overtreding(-en). 2.. Bij het uitvoeren van het herstellend traject hanteert het college de volgende stappen: stap 1: aanwijzing als bedoeld in artikel 1:65 Wet kinderopvang; stap 2: last onder dwangsom/last onder bestuursdwang; stap 3: exploitatieverbod als bedoeld in artikel 1:66, eerste lid, Wet kinderopvang; stap 4: intrekken van de beschikking tot exploitatie en verwijdering van de registratie uit het Landelijk Register Kinderopvang (LRK) als bedoeld in artikel 1:46 Wet kinderopvang. 3.. Indien de aard en/of omvang van de overtreding of de omstandigheden waaronder deze is begaan daartoe aanleiding geeft en/of uit het gedrag van de overtreder kan worden afgeleid dat hij de overtreding niet binnen de in het zesde lid van dit artikel gestelde termijn kan of wil herstellen, kan het college besluiten om een bepaalde stap of bepaalde stappen, over te slaan dan wel meerdere keren toe te passen. 4.. Indien de aard van de overtreding en/of de omstandigheden waaronder deze is begaan en/of het gedrag van de overtreder daartoe aanleiding geeft, kan het college besluiten om het herstellend handhavingstraject achterwege te laten en een informeel middel toe te passen om de overtreding binnen een door het college te bepalen termijn te doen beëindigen. Deze termijn kan afwijken van de termijnen die in het zesde lid van dit artikel zijn genoemd. Als de overtreding niet binnen de door het college gestelde termijn is beëindigd, start het college een herstellend handhavingstraject op. 5.. De duur van de hersteltermijn is afhankelijk van de prioriteit die is toegekend aan de kwaliteitseis zoals afgeleid kan worden uit het afwegingsoverzicht dat als bijlage bij deze beleidsregels is opgenomen. 6.. Bij het geven van een aanwijzing gelden de volgende hersteltermijnen: prioriteit hoog: maximaal twee weken; prioriteit gemiddeld: maximaal twee maanden; prioriteit laag: maximaal zes maanden. 7.. Deze termijnen worden eveneens gehanteerd als begunstigingstermijn, indien ervoor gekozen wordt om een last onder dwangsom/last onder bestuursdwang in te zetten; 8.. In geval van bijzondere omstandigheden kan het college besluiten af te wijken van de duur van de in het zesde lid opgenomen hersteltermijnen.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel