De verlaging, bij gedragingen als bedoeld in de artikelen 6 en 7, wordt vastgesteld op:
10 procent van de bijstandsnorm gedurende 1 maand bij gedragingen van de eerste categorie;
20 procent van de bijstandsnorm gedurende 1 maand bij gedragingen van de tweede categorie;
30 procent van de bijstandsnorm gedurende 1 maand bij gedragingen van de derde categorie;
100 procent van de bijstandsnorm gedurende 1 maand bij gedragingen van de vierde categorie.
Hoofdstuk 2.
Artikel 9.