Wanneer de bedrijfsvoering van een exploitant leidt tot al dan niet ernstige incidenten of wanneer de exploitant of zijn personeel bij deze incidenten op een ontoelaatbare wijze betrokken zijn geweest of op enigerlei wijze verwijtbaar hebben gehandeld, kan de burgemeester besluiten dat intrekking van de vergunning bedrijfsactiviteiten wenselijk is. De burgemeester meent dan dat de exploitant met zijn of haar bedrijfsvoering een gevaar vormt voor de openbare orde of het woon- en leefklimaat en treft maatregelen om een verstoring daarvan in de toekomst tegen te gaan.
Dit geldt eveneens wanneer een exploitant telkens bepalingen van de APV overtreedt en de maatregelen er niet toe leiden dat hij of zij de bedrijfsvoering dusdanig aanpast, zodat het overtredingen of incidenten in de toekomst voorkomt. De burgemeester kan dan oordelen dat hij zijn vertrouwen in de desbetreffende exploitant is kwijtgeraakt.
Artikel 12.
Geen vertrouwen in exploitant
Onderdeel van Beleidsregel toezicht bedrijfsmatige activiteiten 2020