Deze beleidsregel treedt in werking op de dag na datum publicatie in het gemeenteblad.
Deze beleidsregel wordt aangehaald als: Beleidsregel toezicht bedrijfsmatige activiteiten Den Haag 2020.
Den Haag, 3 november 2020
De burgemeester,
Jan van Zanen
Toelichting
De aanpak van ondermijnende criminaliteit in het Haagse veiligheidsbeleid 2019-2022 is als één van de speerpunten aangeduid. Om die reden heeft de gemeenteraad op 18 februari 2020 besloten de Algemene plaatselijke verordening voor de gemeente Den Haag (APV) in die zin te wijzigen dat de burgemeester op grond van artikel 2:98 APV de bevoegdheid heeft gekregen om bedrijfsmatige activiteiten in voor publiek openbare panden, branches of gebieden vergunningplichtig te kunnen maken. Op grond van artikel 174 van de Gemeentewet is de burgemeester belast met het toezicht en de uitoefening van het toezicht op de vergunningprocedure voor publiek openstaande gebouwen in het kader van de openbare orde en veiligheid. Op grond van artikel 4:81 e.v. Algemene wet bestuursrecht (Awb) kan de burgemeester een beleidsregel vaststellen ten aanzien van de handhaving van de op grond van artikel 2:98 APV verkregen bevoegdheid.
Bij het opstellen van de beleidsregel is uitgegaan van het handhavings-arrangement dat inmiddels al vele jaren wordt toegepast bij de horeca-exploitatievergunning. De beleidsregel Toezicht Bedrijfsactiviteiten Den Haag 2020 geeft een soortgelijke maatregelenmatrix voor de op grond van 2.98 APV vergunningplichtig gestelde bedrijfsmatige activiteiten. De matrix vormt een leidraad bij de handhaving en sluit geen handhavingsinstrumenten uit, die niet worden genoemd, maar geeft weer hoe in beginsel te handelen bij specifieke overtredingen. Er zijn situaties denkbaar, waarbij gemotiveerd afgeweken kan worden van de matrix.
Artikel 16.
Inwerkingtreding en citeertitel
Onderdeel van Beleidsregel toezicht bedrijfsmatige activiteiten 2020