4.1 Dagelijks en groot onderhoud
De financiële doorrekening geeft inzicht in het beschikbare budget in vergelijking tot de kosten voor het beheer en onderhoud van de openbare ruimte in de huidige situatie.
De quickscan biedt hierbij een belangrijk uitgangspunt voor de huidige beeldkwaliteit. Met deze gegevens is er een doorrekening gemaakt in het programma Impact© Online. Het doel van de financiële analyse is om een beeld te krijgen welke beeldkwaliteit mogelijk is met het beschikbare budget.
De benodigde kosten voor dagelijks en groot onderhoud voor het in standhouden van de huidige beeldkwaliteit zijn in balans met het beschikbare budget. De huidige beeldkwaliteit van de openbare ruimte ligt hoger dan de kwaliteit die in beheerplannen is vastgesteld.
Beschikbaar voor onderhoud
€ 2.373.108
Benodigd voor onderhoud
€ 2.329.000
Verschil [€]
€ 44.108
Verschil [%]
~2%
Kanttekeningen
Deze balans kan alleen standhouden als ook de vervangingsbudgetten beschikbaar zijn en blijven. Deze zijn in deze berekening niet meegenomen.
Er is gerekend met de netto uren van de buitendienst die gemoeid zijn met het beheer van de openbare ruimte. Het organisatieverlies van de buitendienst door aan/afreistijden is niet meegerekend in de vergelijking.
4.2 Vervangingen
Om een volledig beeld te krijgen van het benodigde budget hebben we ook de benodigde vervangingsinvesteringen voor de komende jaren (lange termijn) berekend.
Theoretische vervanging bepaal je op basis van de afschrijvingstermijn en het budget dat nodig is om het areaal te vervangen. Bij een homogene leeftijdsopbouw van je areaal heb je dan ieder jaar dezelfde vervangingskosten.
De praktijk in de gemeente Wijk bij Duurstede is dat er geen sprake is van een homogene leeftijdsopbouw van het areaal. En er zijn in de afgelopen jaren achterstanden ontstaan omdat er minder is geïnvesteerd in vervangingen dan nodig was.
Dat betekent dat wij een vervangingsvraagstuk hebben voor de komende jaren. Alle voorzieningen hebben een eind van de levensduur. Afhankelijk van de voorzieningen is dit na 40-50 jaar op een hoogtepunt. Voor de wijken van de jaren 70-80 van de vorige eeuw komen deze er in de jaren 20-30 aan.
Benodigde theoretische vervangingskosten
Vanuit de arealen is per wijk, hoofdwegen of buitengebied gekeken naar de leeftijd en de laatste vervanging/renovatie. Dit geeft een beeld van de leeftijd van de voorzieningen.
Hiervoor zijn de afschrijvingstermijnen opgenomen in bijlage 3.
Deze “theoretische” afschrijvingstermijnen houden rekening met de lokale omstandigheden en de ervaring in onze gemeente. Het jaar van aanleg en de vervangingscyclus zijn belangrijke basisgegevens om een eerste indicatie te maken voor een praktijkgerichte benadering van het vervangingsbudget voor de lange termijn.
Technische inspecties geven vervolgens inzicht in de daadwerkelijke noodzakelijke vervanging voor de kortere termijn.
In de onderstaande tabel staan de benodigde vervangingsinvesteringen aangegeven per vervangingsperiode:
De tabel begint met een vervangingsperiode van 6 jaar, daarna volgt een periode van 5 jaar.
Vanaf 2031 beslaan de periodes 10 jaar.
In de middelste kolom staat het benodigde vervangingsbudget voor de betreffende periode weergegeven. Onderaan deze kolom staat het totaal.
Dit totaalbedrag komt aardig in de buurt van de totale kapitaalswaarde van ons huidige areaal (onze assets). Dit bedraagt circa 94 miljoen Euro.
In de laatste kolom staan de vervangingsbudgetten die gemiddeld per jaar nodig zijn per periode. Over de totale periode is dit gemiddeld ruim 1,5 miljoen Euro per jaar.
De bedragen zijn exclusief voorbereidings- en organisatiekosten. Als de interne organisatiekosten niet worden meegenomen, dan is het aandeel circa 15%. Dit houdt in dat het totaalbedrag kan oplopen naar ruim € 90 miljoen (€ 1.735.000 per jaar).
4.3 Relatie dagelijks, groot en vervangings onderhoud
De wijze waarop het dagelijks en groot onderhoud zijn geregeld heeft invloed op het vervangingsmoment. Bij uitstel van vervanging zal langer dagelijks onderhoud en groot onderhoud nodig zijn om de kwaliteit enigszins op peil te houden. Andersom zal bij het achterblijven van dagelijks en groot onderhoud eerder vervanging nodig zijn. Er is daarom een duidelijke relatie aanwezig tussen dagelijks onderhoud, groot onderhoud en vervanging.