Naar hoofdinhoud
1.. Zolang het graf niet geruimd mag worden, blijft de eigenaar de eigendom houden van de in artikel 19 (Gedenktekens en grafbeplantingen) bedoelde gedenktekens, beplantingen of kelder. Al hetgeen wat op het graf geplaatst is, wordt geacht voor rekening en risico van de rechthebbende of gebruiker te zijn aangebracht. 2.. Schade als gevolg van brand, vorst, storm, wateroverlast, bliksem, ontploffing, molest, vandalisme en andere van buiten komende oorzaken, of ontstaan door het weghalen en terugplaatsen van een gedenkteken ten behoeve van een bijzetting, en eventuele gevolgschade voor derden, is voor rekening van de rechthebbende of de gebruiker. 3.. De rechthebbende en de gebruiker zijn verplicht de - door welke omstandigheden ook - aan een gedenkteken, beplanting of kelder toegebrachte schade op eerste aanschrijven te (doen) herstellen, indien de beschadiging zodanig is dat deze naar het oordeel van het bestuur het uiterlijk aanzien van de begraafplaats schaadt. 4.. Indien door een ondeugdelijk geworden constructie een situatie is ontstaan die gevaar oplevert, kan het college direct maatregelen treffen. 5.. Indien binnen drie maanden na de dag van aanschrijving geen herstel of vernieuwing heeft plaatsgevonden, is het college bevoegd tot verwijdering en vernietiging van de gedenktekens of beplantingen over te gaan, waarbij geldt dat zij voor deze handeling niet aansprakelijk kunnen worden gesteld, onverlet het recht van het college tot herstel of vernieuwing op kosten van de rechthebbende over te gaan.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel