Naar hoofdinhoud
1.. De rekenkamercommissie is belast met en verantwoordelijk voor de uitvoering van het onderzoek volgens de door haar vastgesteld onderzoeksopzet; 2.. De rekenkamercommissie beoordeelt of het wenselijk is de raad tussentijds te informeren; 3.. De rekenkamercommissie stelt de betrokken ambtenaren in de gelegenheid om binnen een door haar te stellen termijn, die tenminste twee weken en maximaal vier weken bedraagt, hun zienswijze op het feitenonderzoek in het concept-onderzoeksrapport aan de rekenkamercommissie kenbaar te maken. Betrokkenen zijn degenen wier taakuitoefening (mede) voorwerp van onderzoek is of is geweest. De rekenkamercommissie bepaalt verder wie ook als betrokkenen worden aangemerkt. Opmerkingen waar de rekenkamercommissie mee instemt kunnen in dit stadium nog aanleiding geven het concept-onderzoeksrapport aan te passen; 4.. De rekenkamercommissie stelt daarna het colleges in de gelegenheid om binnen een door de rekenkamercommissie te stellen termijn, die tenminste twee weken en maximaal vier weken bedraagt, hun zienswijze op het concept-onderzoeksrapport, inclusief conclusies en aanbevelingen aan de rekenkamercommissie kenbaar te maken; 5.. Na vaststelling van het onderzoeksrapport met de zienswijze van het college en een eventueel nawoord van de rekenkamercommissie als bijlage, wordt het onderzoeksrapport zo spoedig mogelijk, onder toezending van een afschrift aan het college en betrokkenen, aan de raad aangeboden.

Rechtspraak bij dit artikel