**1.** Elk bestuursorgaan besluit ten aanzien van zijn eigen bevoegdheden of inspraak wordt verleend bij de voorbereiding van gemeentelijk beleid.
**2.** Inspraak wordt altijd verleend indien de wet daartoe verplicht.
**3.** In het kader van de ruimtelijke regelgeving wordt inspraak in ieder geval verleend ten aanzien van de voorbereiding van:a. structuurvisies als bedoeld in artikel 2.1 Wro;b. beheersverordeningen als bedoeld in artikel 3.38 Wro;c. besluiten als bedoeld in artikel 3.10 Wro met uitzondering van de besluiten als bedoeld in lid 4 onder h. van dit artikel;d. besluiten als bedoeld in artikel 3.1 lid 1 Wro met uitzondering van de besluiten als bedoeld in lid 4 onder i. van dit artikel.
**4.** Geen inspraak wordt verleend:a. ten aanzien van ondergeschikte herzieningen van een eerder vastgesteld beleidsvoornemen;b. indien inspraak bij of krachtens wettelijk voorschrift is uitgesloten;c. indien sprake is van uitvoering van hogere regelgeving waarbij het bestuursorgaan geen of nauwelijks beleidsvrijheid heeft;d. inzake de begroting, de tarieven voor gemeentelijke dienstverlening en belastingen bedoeld in hoofdstuk XV van de Gemeentewet;e. indien de uitvoering van een beleidsvoornemen dermate spoedeisend is dat inspraak niet kan worden afgewacht;f. indien het belang van inspraak niet opweegt tegen het belang van de verantwoordelijkheid van de gemeente voor kwetsbare groepen in de samenleving;g. inzake de voorbereiding van besluiten als bedoeld in artikel 3.6 lid 1, onder a en b van de Wet ruimtelijke ordening (uitwerkingsplannen en wijzigingsplannen in bestemmingsplannen);h. inzake de voorbereiding van besluiten als bedoeld in van artikel 3.10 Wro (projectbesluit) of op het tijdstip dat de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Staatsblad 2008, 496) en het dan tot wet verheven wetsvoorstel Invoeringswet Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Kamerstukken 31953) in werking treden, als bedoeld in van artikel 2.12, eerste lid sub 3º Wabo , indien deze besluiten betrekking hebben op projecten van geringe planologische betekenis;i. inzake de voorbereiding van besluiten als bedoeld in artikel 3.1 lid 1 Wro (bestemmingsplan) indien deze besluiten betrekking hebben op bestemmingsplannen met een geringe planologische betekenis (postzegelplannen).