Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 2

Artikel 2.10

Overschrijving vergunning

Onderdeel van De verordening op de warenmarkt voor de gemeente Lochem

1.. In geval van overlijden dan wel blijvende arbeidsongeschiktheid van de vergunninghouder kan de vergunning voor de vaste plaats worden overgeschreven op de achterblijvende echtgenoot, de geregistreerde partner of de levenspartner van de vergunninghouder. 2.. Indien de vergunning niet kan worden overgeschreven op grond van het eerste lid, kan een kind van de vergunninghouder vergunning voor een vaste plaats krijgen indien hij ten minste drie jaar in loondienst van het marktbedrijf van de vergunninghouder heeft gewerkt of gedurende eenzelfde periode als mede-eigenaar in dit bedrijf heeft gefunctioneerd en zich gedurende deze periode van drie jaar heeft aangemeld voor overschrijving. 3.. Indien de vergunning niet kan worden overgeschreven op grond van lid 1 en lid 2 dan kan een medewerker van de vergunninghouder voor een vaste plaats in aanmerking komen indien hij minimaal drie jaar onafgebroken in loondienst van het marktbedrijf van de standplaatshouder heeft gewerkt of gedurende een zelfde periode als mede-eigenaar in dat bedrijf heeft gefunctioneerd en zich gedurende deze periode van drie jaar heeft aangemeld voor overschrijving. 4.. Ten minste twee maanden vóór het bereiken van de pensioengerechtigde leeftijd, dan wel bij gebruikmaking van een oudedagsvoorziening tenminste twee maanden vóór de datum van ingang van die voorziening, kan de standplaatshouder een verzoek tot overschrijving op één der andere gezinsleden of een medewerker indienen. Dat gezinslid of die medewerker dient minimaal drie jaar in loondienst van het marktbedrijf van de standplaatshouder te hebben gewerkt of gedurende een zelfde periode als mede-eigenaar te hebben gefunctioneerd en zich gedurende de periode van drie jaar te hebben aangemeld voor overschrijving. 5.. Een aanvraag tot overschrijving wordt ingediend binnen twee maanden na het overlijden van de vergunninghouder dan wel nadat de blijvende arbeidsongeschiktheid is vastgesteld. 6.. Het college is bevoegd in bijzondere omstandigheden af te wijken van het bepaalde in dit artikel.

Rechtspraak bij dit artikel