Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk

Artikel 5

Artikel 5

Onderdeel van Gemeenschappelijke regeling GGD Brabant-Zuidoost

Het Algemeen Bestuur en Dagelijks Bestuur hebben uitsluitend verordenende en regelgevende bevoegdheden met betrekking tot de aangelegenheden die de bedrijfsvoering van het openbaar lichaam betreffen. Het Algemeen Bestuur respectievelijk het Dagelijks Bestuur kunnen afzonderlijk of te samen, ieder voor zover zij bevoegd zijn, een gemeenschappelijke regeling treffen ter behartiging van een of meer bepaalde belangen van het openbaar lichaam. Het Algemeen Bestuur is bevoegd te besluiten tot de oprichting van of deelname in stichtingen, maatschappen, vennootschappen en coöperaties en verenigingen, dan wel de ontbinding daarvan of beëindiging van deelneming daaraan op voorwaarde dat de raden van de deelnemende gemeenten vooraf in de gelegenheid zijn gesteld hun wensen en bedenkingen met betrekking tot het voorgenomen besluit aan het Algemeen Bestuur kenbaar te maken. Het Dagelijks Bestuur is bevoegd met een of meer colleges van al dan niet deelnemende gemeenten of met bestuursorganen van andere openbare lichamen samenwerkingsovereenkomsten te sluiten met betrekking tot ondersteunende dienstverlening voor taken waarmee het openbaar lichaam belast is. Voor zover nodig worden de collegebevoegdheden betreffende uitvoering van de taken als bedoeld in artikel 4, eerste lid onder a tot en met d, en het tweede lid, onder verantwoordelijkheid van de colleges opgedragen aan het Dagelijks Bestuur van het openbaar lichaam op basis van een door elk college afzonderlijk vast te stellen extern mandaatbesluit. De colleges dragen met hun bevoegdheden die horen bij het uitvoeren van de taken als bedoeld in artikel 4 lid 1, sub e, alsmede alle voorbereidings- en uitvoeringshandelingen die daarmee gepaard gaan, met het vaststellen van de 3e wijziging van de gemeenschappelijke regeling, over aan het Dagelijks Bestuur(delegatie).

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel