Onderwerp van deze gemeenschappelijke regeling is de uitoefening van collegebevoegdheden. Op grond van artikel 13 zesde lid Wgr. kunnen alleen leden van het college van burgemeester en wethouders lid zijn van het Algemeen Bestuur van het openbaar lichaam.
Elk college kan een lid voor het Algemeen Bestuur aanwijzen. Ook dient er per gemeente een plaatsvervangend lid aangewezen te worden. Op deze manier is men steeds verzekerd van de bestuurlijke betrokkenheid van de deelnemende gemeente bij het bestuur over het openbaar lichaam.
Hoofdstuk
Artikel 7
Samenstelling Algemeen Bestuur
Onderdeel van Gemeenschappelijke regeling GGD Brabant-Zuidoost