Geen subsidie wordt verleend als:
1 er sprake is van activiteiten die (mede) met een winstoogmerk worden ondernomen;
2 er sprake is van een activiteit die reeds heeft plaatsgevonden, voordat over de betreffende aanvraag is beslist;
3 de activiteiten die na de dag waarop het referendum gehouden wordt, plaatsvinden;
4 activiteiten een discriminerend karakter hebben op basis van één of meer in artikel 1 van de Grondwet concreet genoemde gronden;
5 het subsidieplafond of deelsubsidieplafond daardoor wordt overschreden.