Naar hoofdinhoud
1.. a. Indien een vaste standplaatshouder van een aan hem toegewezen standplaats als gevolg van ziekte, aangetoond middels een geneeskundige verklaring; bedrijfsopheffing, aangetoond middels een opgave van de Kamer van Koophandel, dat hij gedurende de gehele of een gedeelte van de periode van het abonnementsjaar geen gebruik heeft kunnen maken van de vaste standplaats, wordt op schriftelijk verzoek van de vaste standplaatshouder een ontheffing verleend van de geheven marktgelden; Ingeval van overlijden van de vaste standplaatshouder wordt op schriftelijk verzoek van de erfgenamen ontheffing verleend van de geheven marktgelden, tenzij de standplaatsvergunning ingevolge artikel 5.45 van de Algemene plaatselijke verordening kan worden overgenomen door de echtgeno(o)t(e), de geregistreerde partner of kind; Indien een vaste standplaatshouder zijn recht op zijn standplaats opzegt en om deze reden gedurende het gehele of een gedeelte van de periode van het abonnementsjaar geen gebruik meer maakt van de aan hem toegewezen vaste standplaats, wordt op schriftelijk verzoek van de standplaatshouder ontheffing verleend van het marktgeld. 2.. Deze ontheffing op grond van artikel 8 eerste lid sub a en b bedraagt een bedrag dat wordt berekend op basis van het aantal marktdagen waarop de vaste standplaats niet door de standplaatshouder is ingenomen, op voorwaarde dat hij/zij zich niet door anderen heeft laten vervangen. Ontheffing op basis van artikel 8 eerste lid sub c bedraagt een bedrag dat wordt berekend op basis van het aantal marktdagen, vanaf de dag van binnenkomst van de schriftelijke opzegging van de vaste standplaatshouder tot het eind van het jaar.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel