Naar hoofdinhoud

Artikel 5

Ingangsdatum en tijdvak van een verlaging

Onderdeel van Afstemmingsverordening Participatiewet, IOAW en IOAZ gemeente De Wolden 2020

De verlaging wordt toegepast op de uitkering met ingang van de eerste dag van de kalendermaand waarin het besluit tot het opleggen van de verlaging aan een belanghebbende is bekendgemaakt, doch niet eerder dan de gedraging heeft plaatsgevonden. Daarbij wordt uitgegaan van de op dat tijdstip voor die belanghebbende geldende bijstandsnorm, tenzij de verordening anders bepaalt. Als de verlaging niet op grond van het eerste lid kan worden geëffectueerd, dan wordt de verlaging opgelegd met ingang van de eerste dag van de kalendermaand volgend op de kalendermaand waarin het besluit tot het opleggen van de verlaging is genomen. Als het besluit tot het opleggen van een verlaging samenvalt met het besluit tot toekennen van de uitkering, dan kan in afwijking van het eerste lid de verlaging worden toegepast met ingang van de dag waarop het recht op uitkering is ontstaan. Een verlaging kan met terugwerkende kracht worden toegepast op de uitkering over de periode waarop de gedraging betrekking heeft gehad of over de periode waarin de gedraging heeft plaatsgevonden als een verlaging overeenkomstig zowel het eerste als tweede lid niet mogelijk is omdat de uitkering is beëindigd of ingetrokken. Als een verlaging niet of niet geheel ten uitvoer kan worden gelegd als gevolg van de beëindiging of intrekking van de uitkering, wordt de verlaging of dat deel van de verlaging dat nog niet is uitgevoerd, alsnog opgelegd als belanghebbende binnen de termijn, bedoeld in artikel 4, eerste lid, onderdeel b, opnieuw een uitkering ontvangt. Het eerste tot en met het vijfde lid is van overeenkomstige toepassing op bijzondere bijstand die is verleend met toepassing van artikel 12 van de Participatiewet.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel