**1..** Het is verboden een openbare inrichting te exploiteren zonder vergunning van de burgemeester.
**2..** Geen vergunning is vereist voor een openbare inrichting die zich bevindt in
een winkel als bedoeld in artikel 1 van de Winkeltijdenwet voor zover de activiteiten van de openbare inrichting een nevenactiviteit vormen van de winkelactiviteit;
een zorginstelling;
een museum.
**3..** De burgemeester verleent ambtshalve vrijstelling van het verbod genoemd in het eerste lid aan:
de openbare inrichtingen die op het moment van inwerkingtreding van deze bepaling in de gemeente zijn gevestigd en waarvan de exploitant in het bezit is van een geldige vergunning ingevolge de Alcoholwet of op dat moment een aanvraag voor een dergelijke vergunning heeft ingediend;
andere openbare inrichtingen die op het moment van inwerkingtreding van deze bepaling in de gemeente zijn gevestigd.
**4..** De burgemeester trekt de vrijstelling in:
van openbare inrichtingen waarvan de exploitant in het bezit is van een geldige vergunning ingevolge de Alcoholwet en zich na de inwerkingtreding van deze bepaling een incident gepaard gaande met geweld, overlast op straat of drugsgebruik en -handel voordoet in of bij de inrichting, of
van andere openbare inrichtingen dan bedoeld onder a. als zich na de inwerkingtreding van deze bepaling een weigeringsgrond voordoet als bedoeld in artikel 28c, tweede lid.
**5..** De vrijstelling vervalt zodra de exploitant van de openbare inrichting aan welke de vrijstelling is verleend wijzigt.
**6..** Paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) is niet van toepassing op de vergunning bedoeld in het eerste lid en op de vrijstelling bedoeld in het derde lid.
Hoofdstuk 2 › Afdeling 4
Artikel 2:28a
Exploitatie openbare inrichting
Onderdeel van Algemene Plaatselijke Verordening Gemert-Bakel 2020