Naar hoofdinhoud
1.. Het college voorziet uitsluitend in het algemeen onderhoud van de begraafplaatsen. Hiermee wordt onder meer bedoeld het onderhoud van paden, algemene bloemperken, gazons, hagen, inrichtingselementen (zoals watertappunten, zitbanken, afvalbakken) en de omheining en toegang van de begraafplaats; het schoonhouden van de ruimte tussen de grafbedekkingen; het aanvullen van holle ruimten onder gedenktekens die zijn ontstaan door inklinking van grond. 2.. Een uitzondering op het eerste lid vormt het onderhoud van grafbedekking van graven uitgegeven na 1 januari 2000 tot en met 31 december 2020, waarvoor de gemeente met de nabestaanden is overeengekomen om het jaarlijks schoonmaken en zo nodig stellen van een gedenksteen, c.q. het onderhoud van de beplanting/gras van gemeentewege te laten verzorgen. Deze overeenkomsten worden beëindigd op het moment dat het grafrecht wordt verlengd, eindigt of wordt beëindigd.

Rechtspraak bij dit artikel