In deze verordening wordt verstaan onder:a. standplaats : een standplaats op een centrum als bedoeld in artikel 2 van de Woonwagenwet (Stbl. 1968, 98) dan wel een standplaats als be¬doeld in de artikelen 10, 10.e. of 11 van de Woonwagenwet, of een standplaats als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel h. van de Woningwet (Stbl. 1991, 439);b. woonwagen : een woonwagen als bedoeld in artikel 1 van de Woonwagenwet; c. standplaatshouder : degene die een standplaats heeft ingenomen en hiertoe beschikt over een vergunning van burgemeester en wethouders of Gedeputeerde Staten, of bij gebreke van die vergunning de hoofdbewoner van de woonwagen. Wie als hoofdbewoner wordt aangemerkt wordt door burgemeester en wethouders beoordeeld.