Naar hoofdinhoud
In deze nadere regels wordt verstaan onder: ASV: Algemene subsidieverordening gemeente Harderwijk 2020 of wijzigingen ervan; bedrijfsgebouw: het onroerend registergoed dat alleen gebruikt wordt voor bedrijfsactiviteiten; college: het College van B&W; collectief energieproject: een energieprojecten waarbij energie wordt opgewekt of vrijkomt en geleverd aan een gesloten aantal energiegebruikers; de-minimisverklaring: de verklaring van de aanvrager dat de aanvraag in de afgelopen drie belastingjaren minder dan € 200.000 aan subsidies of andere voordelen van overheden heeft ontvangen, zoals in bepaald in de Verordening (EG) 1998/2006, L379/5, betreffende de-miminissteun of wijzigingen ervan; duurzame energie: energie die wordt opgewekt uit hernieuwbare niet-fossiele energiebronnen, zoals windenergie, zonne-energie, biomassa of geothermische energie; gebouwgebonden maatregel: een maatregel die betrekking heeft op het gebouw en waarbij de aangebrachte goederen volledig met het gebouw zijn verbonden; gemeente: Gemeente Harderwijk; Grote onderneming: een onderneming die geen middelgrote onderneming is; GPR-score: een score voor gebouwgebonden duurzaamheidsmaatregelen die is gebaseerd op de systematiek van de Gemeentelijke Praktijk Richtlijn ; Lorentz - III: het bedrijventerrein met als naam Lorentz III zoals afgebakend in het bestemmingsplan zoals opgenomen op de kaart die door het College B & W van de gemeente Harderwijk als bijlage bij de nadere regels is vastgesteld; Middelgrote onderneming: een onderneming met minder dan 250 werknemers, een jaaromzet van minder dan € 50 miljoen of een jaarlijks balanstotaal van minder dan € 43 miljoen, zoals bepaald in bijlage I van de Groepsvrijstellingsverordening; productieproces: het geïndustrialiseerde proces dat behoort bij de primaire bedrijfsactiviteiten om producten of deelproducten te maken, niet zijnde transport en dienstverlening; routekaart De Energieke Stad: de notitie ‘de energieke stad; een routekaart naar klimaatneutraal Harderwijk’ zoals vastgesteld door het college op 18 april 2013; terugverdientijd: de periode waarbinnen de extra investeringen zijn terug te verdienen door een verlaging van de energiekosten of de verkoop van energie of warmte, inclusief verkregen subsidies en fiscale maatregelen.

Rechtspraak bij dit artikel