Naar hoofdinhoud
1.. Op particuliere graven, urnenkelders en urnennissen uitgezonderd, mag een gedenkteken worden aangebracht. 2.. Op particuliere urnenkelders mag een liggend gedenkteken worden aangebracht. 3.. Urnennissen mogen worden afgesloten met een afsluitplaat. 4.. Op algemene graven mag, na ingebruikname van de laatste begraaflaag, een liggend gedenkteken worden aangebracht, één per gebruikte begraaflaag en op volgorde van begraving. 5.. Een aanvraag voor een vergunning tot het hebben van een gedenkteken op een particulier graf een algemeen graf, een particuliere urnennis of een particulier urnenkelder of tot het aanbrengen van een grafkelder in een particulier graf, dient schriftelijk ingediend te worden bij het college van burgemeester en wethouders. 6.. Bij deze schriftelijke aanvraag behoort een werktekening te worden ingediend. 7.. Op deze werktekening dienen tenminste voor te komen: een boven-, voor- en zijaanzicht met alle hoogte-, breedte-, dikte- en lengtematen; de soort, kleur en bewerking van het te gebruiken materiaal; de vermelding of de letters etc. ingehakt, opgehakt of van metaal zijn; de woordindeling van het opschrift en de plaats van figuratie(s); het materiaal van de fundering en de wijze van bevestiging van het gedenkteken daarop. 8.. Indien de vergunningaanvraag wordt gedaan door een steenhouwer, dan ontvangt de steenhouwer een kopie van de vergunning en de rechthebbende of de belanghebbende het origineel. De kosten van de leges voor de vergunning worden in rekening gebracht bij de desbetreffende steenhouwer.

Rechtspraak bij dit artikel