Naar hoofdinhoud
1.. Bij het nemen van besluiten door het Algemeen bestuur brengt ieder lid één stem uit. 2.. De besluitvorming vindt met uitzondering van het bepaalde in het derde lid plaats bij volstrekte meerderheid van stemmen. 3.. Besluiten betreffende vaststelling van de begroting, begrotingswijzigingen, jaarstukken en majeure dossiers worden genomen met een gekwalificeerde meerderheid van minimaal acht goedkeurende stemmen. 4.. Het Algemeen bestuur vergadert en besluit slechts indien meer dan de helft van het aantal leden van het Algemeen bestuur aanwezig is. 5.. Jaarlijks wordt een vergaderschema vastgesteld van de data waarop begroting en rekening worden behandeld. 6.. Indien het vereiste aantal leden als bedoeld in het vierde lid niet aanwezig is bij een vergadering, kan de voorzitter een nieuwe vergadering beleggen, welke binnen twee weken dient plaats te vinden. Het gestelde in het vierde lid is dan niet van toepassing. 7.. Het Algemeen bestuur kan bij toepassing van het zesde lid over alle onderwerpen met uitzondering van de begroting, een begrotingswijziging, jaarstukken en majeure dossiers, beraadslagen en besluiten nemen ongeacht het aantal aanwezige leden.

Rechtspraak bij dit artikel