**1..** Het Algemeen bestuur en Dagelijks bestuur hebben verordenende en regelgevende bevoegdheden met betrekking tot de aangelegenheden die de bedrijfsvoering van het openbaar lichaam betreffen.
**2..** Het Algemeen bestuur respectievelijk het Dagelijks bestuur kunnen afzonderlijk of samen, ieder voor zover zij bevoegd zijn, een gemeenschappelijke regeling treffen, waarvan uitgezonderd het instellen van een openbaar lichaam, ter behartiging van een of meer bepaalde belangen van het openbaar lichaam. Het Algemeen bestuur respectievelijk het Dagelijks bestuur gaan niet over tot het treffen van een gemeenschappelijke regeling dan nadat zij hierover vooraf de raden van de deelnemende gemeenten in de gelegenheid hebben gesteld hun wensen en bedenkingen kenbaar te maken.
**3..** Het Algemeen bestuur is bevoegd te besluiten tot de oprichting van en de deelneming in stichtingen, maatschappen, vennootschappen, coöperaties en verenigingen, op voorwaarde dat de raden van de deelnemende gemeenten vooraf in de gelegenheid zijn gesteld hun wensen en bedenkingen met betrekking tot het voorgenomen besluit aan het Algemeen bestuur kenbaar te maken.
**4..** Het Dagelijks bestuur is bevoegd met een of meer al dan niet deelnemende gemeenten of samenwerkingsverbanden (samenwerkings)overeenkomsten te sluiten met betrekking tot taken waarmee het openbaar lichaam belast is.
**5..** Het Dagelijks bestuur is bevoegd met een of meer deelnemende gemeenten overeenkomsten te sluiten voor plustaken als bedoeld in artikel 6 van deze regeling.
**6..** De collegebevoegdheden betreffende de uitvoering van de Wmo, Jeugd en BMS en aanverwante wetgeving worden onder verantwoordelijkheid van de colleges opgedragen aan het Dagelijks bestuur van het openbaar lichaam op basis van een door elk college afzonderlijk vast te stellen extern mandaatbesluit. Het Dagelijks bestuur is bevoegd om ondermandaat te verlenen aan de ambtelijke organisatie. Uitgangspunt is dat bevoegdheden zo laag mogelijk in de organisatie worden belegd.
HOOFDSTUK 2.
Artikel 4.