Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 1

Artikel 10

Subsidiabele kosten

Onderdeel van Algemene subsidieverordening Hardinxveld-Giessendam

1. Met betrekking tot de productsubsidie en activiteitensubsidie genoemde subsidiesoorten worden de volgende subsidiabele kosten onderscheiden:a. personeelskosten;b. huisvestingskosten;c. organisatie- / materiële kosten;d. niet aan de overige kosten gekoppelde activiteitenkosten;e. afschrijvingskosten en kapitaallasten;f. gemeentelijke belastingen en heffingen;g. accountantskosten;h. verzekeringen (als bedoeld in artikel 15 lid 3) 2. Kosten die niet in aanmerking komen voor subsidie zijn:a. kosten van acties en dergelijke ter verwerving van inkomsten;b. kosten van consumpties, traktaties, rookwaren, geschenken en attenties voor zover deze geen directe relatie hebben met de organisatie van de instellingen en hun activiteiten;c. kosten verbonden aan festiviteiten ter gelegenheid van jubilea en dergelijke;d. specifieke door ouders of verzorgers gemaakte kosten van aan activiteiten deelnemende kinderen;e. materiële en financiële ondersteuning van derden;f. kosten van consumptieverkopen inclusief het doen van de daarvoor benodigde investeringen;g. kosten van levering van goederen en diensten aan derden, tenzij het college hiervoor vooraf toestemming heeft verleend en het derden betreft voor wie de gesubsidieerde activiteiten bestemd zijn. 3. Op de subsidiabele kosten als bedoeld in lid 1 worden de volgende baten in mindering gebracht:a. eigen bijdragen van leden / deelnemers;b. ontvangsten van rente van beleggingen;c. ontvangsten van derden voor verrichte diensten;d. uitkeringen van verzekeringen;e. subsidies van derden;f. andere inkomsten waaronder sponsoring en donaties van gelieerde organisaties en instellingen voor zover deze expliciet van toepassing zijn op de genoemde kostensoorten. De baten worden uitsluitend in mindering gebracht op de kostensoorten waarop zij betrekking hebben.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel