Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 1

Artikel 5

Te subsidiëren activiteiten

Onderdeel van Algemene subsidieverordening Hardinxveld-Giessendam

1. Subsidiëring van activiteiten vindt slechts plaats voor zover het college deze in voldoende mate in een direct aanwijsbaar belang acht voor de gemeente. Daarnaast dienen de activiteiten te passen binnen het door de raad en het college geformuleerde beleid. 2. Slechts die activiteiten worden gesubsidieerd die georganiseerd worden door instellingen die statutair, dan wel volgens artikel 3 lid 2, gevestigd zijn in de gemeente. 3. Subsidieverstrekking aan instellingen die niet gevestigd zijn in de gemeente kan geschieden als:a. het activiteiten betreft waaraan inwoners van de gemeente deelnemen, én;b. de activiteiten niet door een reeds door de gemeente gesubsidieerde instelling (zouden kunnen) worden ondernomen, én;c. de activiteiten niet reeds (toereikend) worden gesubsidieerd door een ander overheidsorgaan, dan wel;d. de activiteiten zijn gericht op uitwerking van gemeentelijke beleidsdoelstellingen die een regionaal draagvlak vereisen en daardoor niet door een al in de gemeente gevestigde instelling (kunnen) worden uitgevoerd. 4. Subsidiëring van activiteiten, met uitzondering van waarderingsubsidies zoals bedoeld in artikel 9, vindt niet plaats indien de instelling zelf in de kosten daarvan kan voorzien, hetzij uit eigen middelen, hetzij uit middelen van derden of een combinatie daarvan, een en ander ter beoordeling van het college. 5. Ten aanzien van subsidies van zowel structurele als incidentele aard, worden jaarlijks door het college, aansluitend aan de vaststelling van de begroting, per (deel)beleidsterrein of product subsidieplafonds vastgesteld en bekendgemaakt. 6. Het niet volledig compenseren van loon- en prijsontwikkelingen waarop de gemeente geen directe invloed heeft, wordt niet beschouwd als vermindering van subsidie.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel