Als verplichtingen zoals bedoeld in artikel 4:38 van de wet, legt het college subsidieontvangers in ieder geval de volgende verplichtingen op:
1. Een ruimtelijke voorziening dient naar aard, omvang, inrichting, situering, tariefstelling en openingsuren regelmatig en doelmatig gebruikt te kunnen worden voor het plaatsvinden van gesubsidieerde activiteiten.
2. De instelling dient er zorg voor te dragen, dat waar activiteiten plaatsvinden in een ruimtelijke voorziening:
a. deze waar mogelijk en nodig geschikt is voor mensen met een lichamelijke beperking;
b. de openstellingen zo veel mogelijk zijn afgestemd op de wensen, behoeften en/of mogelijkheden van de doelgroep(en) en de organisatoren en deelnemers van gesubsidieerde activiteiten.
3. Opheffing en liquidatie:
a. indien een instelling wordt opgeheven dient het bestuur daarvan onmiddellijk schriftelijk kennis te geven aan het college. Hetzelfde geldt bij het door de instelling geheel of gedeeltelijk staken van door de gemeente te subsidiëren dan wel gesubsidieerde activiteiten.
b. bij liquidatie zijn de voorschriften omtrent de verantwoording alsmede die betreffende de vaststelling van de subsidie van overeenkomstige toepassing.
4. Een met subsidie verworven batig liquidatiesaldo dient, met toepassing van het bepaalde in artikel 4:41 van de wet, zo spoedig mogelijk aan de gemeente te worden terugbetaald tot maximaal het bedrag dat in totaliteit over de laatste vijf jaren aan subsidie is verstrekt.
5. Een subsidie ontvangende instelling werkt mee aan door of namens de gemeente ingesteld onderzoek dat is gericht op het verkrijgen van inlichtingen ten behoeve van de ontwikkeling van het beleid dan wel de controle op de rechtmatigheid en doelmatigheid van de besteding van de subsidies.
Hoofdstuk 3
Artikel 16
Overige verplichtingen
Onderdeel van Algemene subsidieverordening Hardinxveld-Giessendam