Naar hoofdinhoud

Artikel 8

Ontstaan van de belastingschuld en heffing naar tijdsgelang

Onderdeel van Verordening op de heffing en invordering van afvalstoffenheffing Krimpenerwaard 2021

1.. De belasting, als bedoeld in artikel 2, tweede lid, is verschuldigd bij het begin van het belastingjaar of, zo dit later is, bij de aanvang van de belastingplicht. 2.. Indien de belastingplicht ter zake van de belasting als bedoeld in artikel 2, tweede lid, in de loop van het belastingjaar aanvangt, is de belasting verschuldigd voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde belasting als er in dat jaar, na de aanvang van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven. 3.. Indien de belastingplicht ter zake van de belasting als bedoeld in artikel 2, tweede lid, in de loop van het belastingjaar eindigt, bestaat aanspraak op ontheffing voor zoveel twaalfde gedeelten van het voor dat jaar verschuldigde belasting als er in dat jaar, na het einde van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven, tenzij het bedrag van de ontheffing minder bedraagt dan € 9. 4.. Het tweede en derde lid zijn niet van toepassing indien de belastingplichtige binnen de gemeente verhuist en aldaar van een ander perceel gebruik maakt. 5.. De belasting, als bedoeld in artikel 2, derde en vierde lid is verschuldigd bij aanvang van het ter lediging aanbieden van een 140-liter of een 240-liter minicontainer en het ontgrendelen van een inzamelcontainer ten behoeve van het aanbieden van een afvalzak. 6.. Belastingbedragen van minder dan € 9 worden niet geheven. 7.. Voor de toepassing van de bepalingen in het derde en zesde lid wordt het totaal van op één aanslagbiljet verenigde verschuldigde bedragen aangemerkt als één belastingbedrag. 8.. De belasting bedoeld in artikel 2, vijfde lid is verschuldigd bij de aanvang van de dienstverlening.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel