Een inwoner krijgt een woonkostentoeslag wanneer de woonlasten van de eigen woning of
huurwoning te hoog zijn ten opzichte van het inkomen. Een belangrijke vraag is of de ontstane situatie te voorzien en voorkomen was. De voorwaarden voor het krijgen van een woonkostentoeslag zijn:
Huurder
De huurder woont in een huurwoning en krijgt geen huurtoeslag van de belastingdienst. De huurder moet moeite doen om een woning te vinden, waarvan hij de huur (met huurtoeslag) zelf kan betalen. De huurder moet bereid zijn om te verhuizen binnen een straal van 50 kilometer van de huidige woning. De huurder krijgt maximaal 6 maanden een woonkostentoeslag. De huurder kan dan een nieuwe aanvraag doen voor de woonkostentoeslag.
Woonkosten voor huurders zijn: huur en servicekosten.
Eigenaar
De eigenaar moet moeite doen om zijn financiële situatie te verbeteren. Als het nodig is moet de eigenaar bereid zijn om de woning te verkopen voor de WOZ-waarde. De eigenaar moet bereid zijn om te verhuizen binnen een straal van 50 kilometer van de huidige woning. De eigenaar krijgt maximaal 6 maanden een woonkostentoeslag. De eigenaar kan dan een nieuwe aanvraag doen voor de woonkostentoeslag.
Woonkosten voor eigenaren zijn: rioolrechten; eigenaarsdeel waterschapslasten; erfpachtcanon; premies van verzekeringen tegen brand- en stormschade (alleen voor de opstallen); eigenaarsdeel onroerende zaakbelasting.
Hoofdstuk 3. › Paragraaf 3.1
Artikel 11
Woonkostentoeslag
Onderdeel van Nadere regels bijzondere bijstand en minimaregelingen Boxtel 2021