Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2. › Paragraaf 2.2

Artikel 7

Vrijlatingen inkomen en vermogen

Onderdeel van Nadere regels bijzondere bijstand en minimaregelingen Boxtel 2021

1.. Bij het bepalen van het inkomen en vermogen wordt rekening gehouden met: de vermogensgrens die wordt bepaald in artikel 34 van de wet; de middelen die in artikel 31 lid 2 van de wet genoemd zijn; de extra vrijlating op het saldo van de betaalrekening voor lopende uitgaven. De hoogte van de vrijlating is 1,5 maal de (kostendelers-)norm exclusief vakantietoeslag; De extra vermogensvrijlating voor uitvaartkosten. De hoogte van de vrijlating is het bedrag dat de Belastingdienst hanteert als aftrekpost voor de vaststelling van de nalatenschap. De voorwaarden zijn: voor de kosten van de uitvaart is geen dekkende verzekering afgesloten; het bedrag is gestort op een depositorekening bij een begrafenisonderneming; het bedrag kan alleen gebruikt worden voor uitvaartkosten; het bedrag is niet tussentijds opneembaar; de rente wordt jaarlijks bijgeschreven op de depositorekening. 2.. Voor zover het vermogen in de eigen woning minder is dan het bedrag in artikel 34 lid 2 sub d van de wet, telt dit niet mee voor de bepaling van het vermogen.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel