Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2. › Paragraaf

Artikel 2:10

Voorwerpen op of aan een openbare plaats

Onderdeel van Algemene plaatselijke verordening gemeente Westerkwartier 2021

1.. Het is verboden zonder vergunning van het bevoegde bestuursorgaan een openbare plaats anders te gebruiken dan overeenkomstig de publieke functie daarvan. 2.. De vergunning wordt verleend als omgevingsvergunning door het bevoegd gezag als het in het eerste lid bedoelde gebruik een activiteit betreft als bedoeld in artikel 2.2, eerste lid, onder j of k, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht. 3.. Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 kan een vergunning worden geweigerd: als het beoogde gebruik schade toebrengt aan de weg, gevaar oplevert voor de bruikbaarheid van de weg of voor het doelmatig en veilig gebruik daarvan, dan wel een belemmering kan vormen voor het doelmatig beheer en onderhoud van de weg; als het beoogde gebruik hetzij op zichzelf, hetzij in verband met de omgeving niet voldoet aan redelijke eisen van welstand; of in het belang van de voorkoming of beperking van overlast voor gebruikers van een in de nabijheid gelegen onroerende zaak. 4.. Het verbod is niet van toepassing op: evenementen als bedoeld in artikel 2:24; standplaatsen als bedoeld in artikel 5:17; voorwerpen of stoffen waarop gedachten of gevoelens worden geopenbaard, mits deze door hun omvang, vormgeving, constructie of plaats van bevestiging geen schade kunnen toebrengen aan de weg, geen gevaar kunnen opleveren voor het doelmatig en veilig gebruik van de weg, geen belemmering kunnen vormen voor het doelmatig beheer en onderhoud van de weg en niet in ernstige mate afbreuk doen aan het uiterlijk aanzien van de openbare ruimte; door het college aan te wijzen categorieën van voorwerpen; door het college aan te wijzen plaatsen; situaties waarin wordt voorzien door de Wet beheer rijkswaterstaatswerken of de Omgevingsverordening Provincie Groningen 2016. 5.. De weigeringsgrond, bedoeld in het derde lid, onder a, is niet van toepassing als in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door artikel 5 van de Wegenverkeerswet 1994. 6.. De weigeringsgrond, bedoeld in het derde lid, onder b, is niet van toepassing op bouwwerken. 7.. De weigeringsgrond, bedoeld in het derde lid, onder c, is niet van toepassing als in de voorkoming van overlast wordt voorzien door de Wet milieubeheer. 8.. Het college kan nadere regels stellen bij de aanwijzing als bedoeld in het vierde lid onder e en onder f. 9.. Op de aanvraag om een vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) van toepassing.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel