**1..** In het besluit tot toekenning van specialistische en hoogspecialistische jeugdhulp wordt vastgelegd:
of sprake is van specialistische of hoogspecialistische jeugdhulp;
als het gaat om specialistische jeugdhulp het ondersteuningsprofiel;
als het gaat om hoogspecialistische jeugdhulp de zorgvorm;
in geval van een persoonsgebonden budget de hoogte van het budget en hoe deze is berekend.
**2..** Het besluit tot toekennen van specialistische en hoogspecialistische jeugdhulp wordt afgegeven:
als het gaat om zorg in natura, met een geldigheidsduur tot het moment waarop de betrokken jeugdhulpaanbieder de jeugdhulp heeft beëindigd en het college hiervan op de hoogte heeft gesteld;
als het gaat om een persoonsgebonden budget, met een in het besluit vastgestelde geldigheidsduur.
**3..** In aanvulling op het gestelde in het tweede lid onderdeel a, wordt het besluit voor specialistische jeugdhulp opnieuw van kracht wanneer een jeugdige en/of zijn ouders zich binnen vier maanden na een volgens plan beëindigd jeugdhulptraject dat gericht was op herstel opnieuw, met dezelfde hulpvraag, bij de jeugdhulpaanbieder melden.
**4..** Het besluit kan ingetrokken worden, wanneer de jeugdhulpaanbieder niet binnen zes maanden na het afgeven van het besluit gestart is met de zorg.
**5..** Het besluit wordt genomen:
indien er overeenstemming is tussen het lokale team en de jeugdige en/of zijn ouders over de in te zetten specialistische of hoogspecialistische jeugdhulp, direct na de ondertekening van het integraal plan door beide partijen;
indien er geen overeenstemming is tussen het lokale team en de jeugdige en/of zijn ouders over de in te zetten specialistische of hoogspecialistische jeugdhulp – het betreft dan een weigeringsbesluit –, binnen vijf werkdagen na ontvangst van het eenzijdig door de jeugdige en/of zijn ouders ondertekende integraal plan;
indien een gesprek en integraal plan op grond van artikel 3.5 vierde lid niet nodig is, binnen drie werkdagen na het verzoek om toewijzing van de jeugdhulpaanbieder.
**6..** In de volgende gevallen verstrekt het college een beschikking:
bij verstrekking van een Pgb;
bij een besluit zoals beschreven in lid 5b van dit artikel;
bij een verzoek van de jeugdige of zijn ouders om een beschikking te ontvangen.
**7..** Het college kan periodiek onderzoeken of er aanleiding is een besluit te heroverwegen en stelt hieromtrent nadere regels.
Hoofdstuk 3 › Paragraaf 2.
Artikel 3.8