Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3 › Paragraaf 2.

Artikel 3.8

Inhoud en geldigheidsduur van het besluit

Onderdeel van Verordening van de gemeenteraad van de gemeente Amsterdam houdende regels omtrent jeugdhulp (Verordening op de zorg voor de jeugd Amsterdam 2021)

1.. In het besluit tot toekenning van specialistische en hoogspecialistische jeugdhulp wordt vastgelegd: of sprake is van specialistische of hoogspecialistische jeugdhulp; als het gaat om specialistische jeugdhulp het ondersteuningsprofiel; als het gaat om hoogspecialistische jeugdhulp de zorgvorm; in geval van een persoonsgebonden budget de hoogte van het budget en hoe deze is berekend. 2.. Het besluit tot toekennen van specialistische en hoogspecialistische jeugdhulp wordt afgegeven: als het gaat om zorg in natura, met een geldigheidsduur tot het moment waarop de betrokken jeugdhulpaanbieder de jeugdhulp heeft beëindigd en het college hiervan op de hoogte heeft gesteld; als het gaat om een persoonsgebonden budget, met een in het besluit vastgestelde geldigheidsduur. 3.. In aanvulling op het gestelde in het tweede lid onderdeel a, wordt het besluit voor specialistische jeugdhulp opnieuw van kracht wanneer een jeugdige en/of zijn ouders zich binnen vier maanden na een volgens plan beëindigd jeugdhulptraject dat gericht was op herstel opnieuw, met dezelfde hulpvraag, bij de jeugdhulpaanbieder melden. 4.. Het besluit kan ingetrokken worden, wanneer de jeugdhulpaanbieder niet binnen zes maanden na het afgeven van het besluit gestart is met de zorg. 5.. Het besluit wordt genomen: indien er overeenstemming is tussen het lokale team en de jeugdige en/of zijn ouders over de in te zetten specialistische of hoogspecialistische jeugdhulp, direct na de ondertekening van het integraal plan door beide partijen; indien er geen overeenstemming is tussen het lokale team en de jeugdige en/of zijn ouders over de in te zetten specialistische of hoogspecialistische jeugdhulp – het betreft dan een weigeringsbesluit –, binnen vijf werkdagen na ontvangst van het eenzijdig door de jeugdige en/of zijn ouders ondertekende integraal plan; indien een gesprek en integraal plan op grond van artikel 3.5 vierde lid niet nodig is, binnen drie werkdagen na het verzoek om toewijzing van de jeugdhulpaanbieder. 6.. In de volgende gevallen verstrekt het college een beschikking: bij verstrekking van een Pgb; bij een besluit zoals beschreven in lid 5b van dit artikel; bij een verzoek van de jeugdige of zijn ouders om een beschikking te ontvangen. 7.. Het college kan periodiek onderzoeken of er aanleiding is een besluit te heroverwegen en stelt hieromtrent nadere regels.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel