Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3 › Paragraaf 5

Artikel 3.12

Verstrekken persoonsgebonden budget formele hulp en informele hulp

Onderdeel van Verordening op de zorg voor de jeugd Amsterdam 2021

1.. Het college kent een persoonsgebonden budget voor formele hulp enkel toe indien de zorgverlener: voldoet aan hetgeen bepaald in artikel 3.10, tweede lid; werkt op basis van een hulpverleningsplan; werkt met een systeem voor kwaliteitsbewaking; de verplichte meldcode huiselijk geweld en kindermishandeling, de meldplicht calamiteiten en de meldplicht geweld bij de verlening van jeugdhulp hanteert; een vertrouwenspersoon in staat stelt zijn taak uit te voeren. 2.. Het college kent een persoonsgebonden budget voor informele hulp die wordt geleverd vanuit het sociale netwerk enkel toe: voor zorg zoals genoemd in artikel 3.1, met uitzondering van daghulp; als wordt gemotiveerd waarom de inzet van informele hulp leidt tot een gelijk of beter resultaat dan de inzet van formele hulp; indien de persoon die de informele hulp verleent voldoet aan de volgende minimale (kwaliteits)criteria: de zorgverlener beschikt over de voor de hulpvraag benodigde competenties, kennis en vaardigheden om verantwoorde hulp te bieden; de zorgverlener beschikt over een VOG (behalve als de zorgverlener een ouder is, zoals bedoeld in artikel 1.1 van de Jeugdwet); de zorgverlener neemt bij (een vermoeden van) huiselijk geweld en kindermishandeling contact op met Veilig Thuis voor advies of het doen van een melding en maakt hierbij bij voorkeur gebruikt van de Meldcode Huiselijk geweld; de zorgverlener meldt calamiteiten direct aan het lokale team; de zorgverlener werkt op basis van een plan. als de ondersteuning aan de jeugdige of zijn ouders niet leidt tot overbelasting bij de persoon die deze informele hulp verleent. 3.. Ondersteuning kan niet worden geboden door iemand vanuit het sociaal netwerk als die, conform het afwegingskader voor een verantwoorde werktoedeling op basis van het Kwaliteitskader Jeugd, geboden moet worden door een geregistreerde professional. 4.. Het college kent geen vrij besteedbaar bedrag toe vanuit het persoonsgebonden budget. 5.. Beheer van het Pgb is niet toegestaan door de persoon of organisatie die ook de ondersteuning levert aan de Pgb-houder, tenzij hiervoor door het college toestemming is verleend.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel