Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3 › Paragraaf 2.

Artikel 3.4

Toegangsproces algemeen

Onderdeel van Verordening op de zorg voor de jeugd Amsterdam 2021

1.. In dit artikel en volgende artikelen van paragraaf 2 wordt verstaan onder jeugdhulpaanbieder: de jeugdhulpaanbieder in de zin van de wet die specialistische jeugdhulp aanbiedt. 2.. Een individuele voorziening voor specialistische jeugdhulp wordt ingezet op grond van het gesprek over de hulpvraag met de jeugdige en/of zijn ouders, zoals bedoeld in artikel 3.5 en wanneer het gaat om een persoonsgebonden budget, aanvullend op grond van het pgb-plan, zoals bedoeld in artikel 3.9. 3.. In afwijking van het gestelde in het vorige lid, kan het gesprek, zoals bedoeld in artikel 3.5, achterwege gelaten worden, wanneer: de huisarts, jeugdarts of medisch specialist – niet zijnde een professional van een lokaal team– conform artikel 2.6 eerste lid onderdeel g van de wet verwezen heeft naar specialistische jeugdhulp waarbij geen ondersteuningsvraag is op meerdere levensgebieden; in crisissituaties waar de onmiddellijke uitvoering van specialistische jeugdhulp geen uitstel duldt. 4.. In de in het derde lid onderdeel a genoemde gevallen kent het college een individuele voorziening voor jeugdhulp toe op grond van het verzoek tot een zorgtoewijzing van de betrokken jeugdhulpaanbieder van specialistische jeugdhulp. 5.. Wanneer de huisarts, jeugdarts of medisch specialist – niet zijnde een professional van het lokale team - conform artikel 2.6 eerste lid onderdeel e van de wet verwezen heeft naar specialistische jeugdhulp waarbij er een ondersteuningsvraag is op meerdere levensgebieden, wordt de individuele voorziening ingezet op grond van het signaal van de betrokken jeugdhulpaanbieder dat er een integraal plan is opgesteld en hierin de ondersteuningsbehoeften op de verschillende levensgebieden voldoende in kaart zijn gebracht om een effectieve uitvoering van de jeugdhulp mogelijk te maken. 6.. Wanneer een zorgteam van een speciaal onderwijslocatie de inzet van specialistische jeugdhulp in de vorm van ambulante jeugdhulp in het netwerk van de jeugdige nodig acht, wordt de individuele voorziening ingezet op grond van het verzoek om een zorgtoewijzing van de betrokken jeugdhulpaanbieder voor specialistische jeugdhulp. 7.. Het college kan nadere regels stellen omtrent de verdere uitwerking van de criteria voor een individuele voorziening en de methodiek en procedure waarmee de noodzaak tot het bieden van een individuele voorziening wordt vastgesteld. 8.. Het college kan periodiek onderzoeken of er aanleiding is de inzet van specialistische jeugdhulp te heroverwegen en stelt hieromtrent nadere regels;

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel