**1..** Een jeugdige of ouder kan binnen de kaders van de Jeugdwet en deze verordening in aanmerking komen voor een individuele voorziening wanneer door het college of een andere wettelijke verwijzer is vastgesteld dat:
een individuele voorziening aangewezen is gezien de aard en ernst van de hulpvraag;
de jeugdige zelf, of met zijn ouders of andere personen uit zijn naaste omgeving, geen afdoende oplossing voor zijn hulpvraag kan vinden;
een algemene voorziening niet adequaat is voor de oplossing van de hulpvraag;
de jeugdige of de ouders geen aanspraak kunnen maken op een andere voorziening om de hulpvraag volledig te beantwoorden.
**2..** Het college kan nadere regels vaststellen ter verdere uitwerking van de algemene criteria zoals genoemd in het eerste lid of ter bepaling van specifieke criteria voor bepaalde individuele voorzieningen voor specialistische jeugdhulp;
Hoofdstuk 3 › Paragraaf 2.
Artikel 3.6
Criteria en afwegingsfactoren bij de toekenning
Onderdeel van Verordening op de zorg voor de jeugd Amsterdam 2021