Naar hoofdinhoud
1.. Bij zijn besluit een preventiemaatregel op te leggen, bepaalt de burgemeester een ingangsdatum. Indien feiten en omstandigheden aanleiding geven (bijvoorbeeld wanneer het overlastgevend gedrag verband houdt met seizoensevenementen) kan de burgemeester een ingangsdatum tot één jaar na zijn besluit kiezen. 2.. Een preventiemaatregel zoals bedoeld in de artikelen 5 en 6 wordt opgelegd voor de duur van ten hoogste drie maanden en kan maximaal drie keer worden verlengd, telkens voor ten hoogste drie maanden. 3.. De begeleidingsplicht zoals bedoeld in artikel 7 wordt opgelegd voor een duur van ten hoogste drie maanden en kan niet worden verlengd. 4.. Met inachtneming van artikel 9, lid 2 kan een preventiemaatregel worden uitgebreid ten nadele van de betrokkene indien feiten en omstandigheden daartoe aanleiding geven.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel