Naar hoofdinhoud
Door het steeds complexer worden van onze maatschappij en de regels die daarmee samenhangen is het voor inwoners steeds lastiger om uit de schulden te blijven. Daarnaast hebben we momenteel te maken met hoge inflatie, energiearmoede en fikse prijsstijgingen onder andere op de dagelijkse boodschappen. Hierdoor heeft een steeds grotere groep inwoners moeite om rond te komen en/of ontbreekt een financiële buffer bij tegenslagen. Financiële problemen liggen hierdoor sneller op de loer. Inwoners die risico lopen op het ontwikkelen van schulden bevinden zich dan ook in elke sociale klasse en het ontwikkelen van problematisch gedrag heeft steeds minder te maken met malafide handelen. De Kempengemeenten zijn ervan doordrongen dat schulden alle facetten van het bestaan raken. In veel huishoudens, waarbij ondersteuning vanuit welzijn/gemeenten is gewenst, speelt het hebben van financiële problemen, of het omgaan met schaarste een rol. Naar schatting hebben 1,4 miljoen huishoudens in Nederland problematische schulden of een risico daarop. Mensen met schulden vragen vaak geen hulp, of doen dit erg laat, vanwege schaamte of trots. Hierdoor stapelen de problemen zich op. In de Kempen wordt vanaf 2020 een transitie ingezet van schuldhulpverlening naar schulddienstverlening. Dit houdt in dat het traject om schulden op te lossen een coproductie is tussen cliënten, hun omgeving en de schulddienstverlener. Coaching op alle leefgebieden om de juiste vaardigheden aan te leren, waardoor de financiële situatie van een inwoner blijvend wordt gestabiliseerd, vormt de rode draad binnen schulddienstverlening. Schulddienstverlening is er derhalve niet enkel voor inwoners met problematische schulden waarvoor een schuldregeling dient te worden opgestart, maar juist ook voor inwoners met hulpvragen in een eerder stadium. Hierbij kan gedacht worden aan korte coachingstrajecten bij losse vragen, kleine betalingsachterstanden waarvoor een individuele betalingsregeling kan worden afgesloten, hulp bij inzicht in financiën of het opstarten van budgetbeheer of budgetcoaching voor een bepaalde periode. Cliënten zijn zo niet meer bezig met het oplossen van een probleemsituatie maar met het opdoen van vaardigheden en kennis zodat er in het vervolg geen probleemsituatie ontstaat of zij eerder hulp weten in te schakelen. De schulddienstverlening bestaat uit verschillende fases. In fase 1 staat stabilisatie van en rust brengen in de situatie centraal, zodat de financiële situatie van de client en de omvang van de schulden inzichtelijk worden. Vervolgens kan er gekeken worden of de client in staat is om de schuld(en) zelf te regelen en af te lossen. Een cliënt stroomt door naar fase 2 wanneer het voor hem of haar niet mogelijk is om zelf de schulden te regelen. Dan wordt er een regeling getroffen voor de cliënt met alle schuldeisers, waarmee de schuld(en) binnen een bepaalde periode worden afgelost of in uiterste gevallen worden gesaneerd. Tot slot omvat de schulddienstverlening ook nazorg (fase 3) die er op gericht is het duurzame effect van de schulddienstverlening in kaart te brengen en te waarborgen. In het minnelijke schuldsaneringstraject (Msnp) worden alle 3 de fases doorlopen binnen de gemeentelijke schuldhulpverlening. Indien dit niet mogelijk blijkt, zal een beroep gedaan worden op de wettelijke schuldsanering (Wsnp), wat via de rechter en een door de rechter aangestelde bewindvoerder verloopt.

Rechtspraak bij dit artikel