Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2.

Artikel 2.4

Uitvoering van beleid

Onderdeel van Beleidskader Retail in Enschede

Met dit beleidskader en de uitwerking daarvan en de bestemmingsplannen kunnen we ruimtelijk sturen. In nieuwe bestemmingsplannen maken we zowel binnen als buiten de hoofdstructuur ‘blurring’ tussen horeca en detailhandel planologisch mogelijk (binnen de kaders van de Drank- en horecawet). Daarbij trekken we de beleidslijn door, zoals die momenteel al is opgenomen in het bestemmingsplan voor de binnenstad. Dat wil zeggen dat horeca en/of detailhandel als combinatie of als ondergeschikte nevenactiviteit in een culturele instelling of bij publieksdienstverlening onder voorwaarden is toegestaan. Die voorwaarden houden in dat de horeca en/of detailhandel kleinschalig is, naar aard, omvang en openingstijden ondergeschikt is aan en integraal onderdeel is van de hoofdfunctie en niet zelfstandig toegankelijk is. Nadere regels voor het faciliteren van ‘blurring’ werken we uit en nemen we mee in de vertaling naar de omgevingsvisie en in de daarop te baseren planologische regelingen in bestemmingsplannen. Om in bestemmingsplannen ruimtelijk te kunnen sturen op horeca is het werken met een categorie-indeling een goed en algemeen erkend instrument. In het huidige horecabeleid wordt daarvoor de categorie-indeling aangehouden zoals geïntroduceerd in de brochure ‘Bedrijven en milieuzonering’ editie 2001 van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG). Deze kent voor horeca drie categorieën: categorie 1 is globaal de daghoreca of winkel ondersteunende horeca, categorie 2 de overige horeca en categorie 3 de uitgaans- of nachthoreca. Deze categorie- indeling is door de VNG in 2009 geactualiseerd. Die geactualiseerde categorie-indeling kent voor horeca nog maar twee categorieën: categorie 1 is alle horeca met uitzondering van discotheken en muziekcafés, die vallen onder categorie 2. Met die geactualiseerde categorie-indeling is het feitelijk niet meer mogelijk om gebiedsgericht ruimtelijk te kunnen sturen op horeca. Daarom is er in 2016 bij de actualisatie van het bestemmingsplan voor de binnenstad voor gekozen een specifieke integrale horecacategorie-indeling voor Enschede te maken. In deze categorie-indeling wordt niet alleen rekening gehouden met milieuaspecten als geluid- en geurhinder van binnen het horecabedrijf maar nadrukkelijk ook met de openingstijden en de mogelijke impact op de omgeving als gevolg van bezoekers. De Enschedese categorie-indeling voor horeca in de binnenstad kent vijf categorieën: categorie 1 is de nacht- of uitgaanshoreca, categorie 2a is de overige horeca met nadruk op drankverstrekking, categorie 2b is de overige horeca met nadruk op maaltijdverstrekking en/of verblijf, categorie 3a is de daghoreca of winkelondersteunende horeca die gehouden is aan de winkelsluitingstijden en categorie 3b is de kleinschalige ondergeschikte horeca (zoals in ‘blurring’ formules). Deze categorie-indeling wordt nu in iets aangepaste vorm ook van toepassing verklaard in de rest van de stad, de dorpen en het buitengebied. Deze aangepaste categorie-indeling kent eveneens 5 categorieën: categorie 1 is de nacht- of uitgaanshoreca, categorie 2 is de overige horeca (dus zonder onderscheid in nadruk op drankverstrekking of nadruk op maaltijdverstrekking en/of verblijf), categorie 3 is de daghoreca of winkel ondersteunende horeca (gehouden aan de winkelsluitingstijden), categorie 4 is de kleinschalige ondergeschikte horeca (‘blurring’) en de categorie ‘hotels’. Buiten de binnenstad is het ruimtelijk gezien niet noodzakelijk om binnen categorie 2 onderscheid te maken tussen hoofdzakelijk drankverstrekking of hoofdzakelijk maaltijdverstrekking aangezien het buiten de binnenstad veelal gaat om solitaire horeca dan wel horeca als onderdeel van een wijkcentrum of voorzieningencluster. Hotels (en andere vergelijkbare verblijfsaccommodaties) zijn een bijzondere variant van horeca die een behoorlijke invloed op het woon- en leefklimaat in de buurt kunnen hebben. Daarom is er voor gekozen hotels een eigen categorie te geven maar deze niet te nummeren. Nummering zou de indruk kunnen wekken dat hotels meer dan wel minder invloed op het woon- en leefklimaat hebben dan de horecatypen in de categorieën erboven en eronder en dat is niet per definitie altijd het geval. Bij hotels willen we altijd gebiedsgericht maatwerk kunnen leveren. Een nadere inkadering van de categorie-indeling nemen we op in de omgevingsvisie en de daarop te baseren regelingen in bestemmingsplannen. Naast bovengenoemde uitvoeringsinstrumenten maken we ook gebruik van communicatie en financieel- economische instrumenten. En doen we dat vanuit verschillende rollen, zoals: Onze inzet op het gebied van (keurmerken) veilig ondernemen en uitgaan; Het verbinden van partijen om samenwerking te stimuleren; Het stimuleringsfonds binnenstad Enschede; De pilot ‘spontane binnenstad’; De diverse onderzoeken die wij laten uitvoeren (koopstromenonderzoek, binnenstadsmonitor, de invulling van het Van Heekplein op zondag, diverse tellingen etc.), Ondersteuning van het proces om tot invulling van het Van Heekplein op zondag te komen. Actieve acquisitie voor de binnenstad via het ondernemersloket. Deelname aan het netwerkstadoverleg ‘retail’. Voor een levensvatbare hoofdstructuur is samenwerking tussen ondernemers onderling van belang. Wij kennen in onze stad de samenwerking tussen winkeliers en de horeca in respectievelijk Winkelhart en VHSE. Daarnaast zijn er ook vertegenwoordigers namens een winkelstraat. Wij zien graag dat, zoals bijvoorbeeld in Groningen, de verschillende winkelgebieden elkaar ondersteunen en aanvullen en samen het gesprek aangaan op welke manier dat het beste kan. Thema’s waarop verdere samenwerking gestalte kan krijgen zijn bijvoorbeeld de pakketbezorging (‘last mile’-transport), presentatie van winkelaanbod via gezamenlijke portals/websites en afstemming tussen winkeliers uit de binnenstad en PDV’s. Daarvoor zijn landelijk methodieken ontwikkeld, die ook in onze stad goed toepasbaar zijn. Wij gaan onderzoeken welke dat zijn en of ze ook in onze stad kunnen werken. Veder bezien wij in hoeverre wij, binnen onze capaciteit en middelen, een actievere rol kunnen pakken om partijen te verbinden en welke rol wij binnen deze samenwerking kunnen vervullen.

Rechtspraak bij dit artikel