Voor de binnenstad willen wij in ons retailbeleid sturen op de volgende elementen:
We blijven inzetten op het behoud van een compacte binnenstad. Om ruimte te hebben voor een dynamische ontwikkeling van het regiogerichte winkelaanbod bieden we ruimte voor schaalvergroting en uitbreiding van de detailhandel uitsluitend binnen de binnenstadsgrenzen. Locaties als de Irene Promenade, De Heurne en Zuiderhagen bieden kansen voor herontwikkeling en intensivering. Buiten dit gebied vindt geen uitbreiding plaats van regiogericht winkelaanbod.
We maken onderscheid in drie gebiedstypering in de binnenstad, te weten:
Het horecaconcentratiegebied waarin we uitsluitend horeca, logies- en leisurefuncties toestaan en andere (‘kwetsbare’) functies zoals wonen uitsluiten.
Het kernwinkelgebied, waar de winkelfunctie centraal staat en horeca en leisure een ondergeschikte functie heeft. We willen het ‘winkelklimaat’, de vestigingsmogelijkheden voor nieuwe winkels en de concentratiegraad bestendigen en waar mogelijk versterken.Daarom beperken we het aandeel niet- winkelfuncties in dit gebied (conform huidige bestemmingsplan met maximaal 10 of 20 procent horeca in de categorie 3 en 4, gekoppeld aan de winkelopeningstijden).
Gemengd gebied, dit zijn gebieden waar een functiemix wordt gestimuleerd. Het aandeel horeca kunnen we op straatniveau (verschillend) vaststellen. Zo garanderen we een veelzijdige functiemix.
In het bestemmingsplan, en straks het omgevingsplan, geven we deze gebiedstyperingen aan, inclusief de mate van functiemix. Dit gebeurt in overleg met de binnenstadpartners.
In de hele binnenstad zetten we het beleid ten aanzien van blurring tussen horeca en detailhandel voort (binnen de kaders van de Drank- en horecawet). Dat wil zeggen dat we horeca en/of detailhandel als combinatie of als ondergeschikte nevenactiviteit in een culturele instelling of bij publieksdienstverlening onder voorwaarden toestaan. De horeca en/of detailhandel is kleinschalig, naar aard, omvang en openingstijden ondergeschikt aan en integraal onderdeel van de hoofdfunctie. Nadere regels stellen we vast en nemen we op in de omgevingsvisie en het bestemmingsplan.
In het vorige retailbeleid zagen we de komst van grootschalige winkelformules als kans voor herontwikkeling van bestaand vastgoed of nieuwe binnenstads(rand)locaties. Dit inzicht is gewijzigd. We zien nu dat een toekomstbestendige binnenstad gebaat is bij een functiemenging die bijdraagt aan een vergrote belevings- en functionele waarde. Aanvullende dragers voor een levendige binnenstad zijn gewenst.
Voor de binnenstad werken we aan een ruimtelijke kwaliteitskaart voor de invulling van de openbare ruimte. Het gaat onder andere over terrassen, verkeersstromen (o.a. (snor)fietsen) fiets(parkeer)voorzieningen, groen e.d. Zoals eerder gezegd zijn een goede invulling van deze aspecten van groot belang voor een aantrekkelijk en goed functionerende binnenstad. Handhaving speelt daarbij ook een rol.