De ruimtelijke kwaliteit en landschappelijke inpassing wordt nu onder meer geregeld in de bestemmingsplannen en bijbehorende beeldkwaliteitsplannen. Aanvullend daarop willen wij voor datacenters ook enkele specifieke intenties beschrijven die, waar dat kan in eisen en regels vertaald worden, om een goede inpassing te borgen.
Verschijningsvormen
Schijven met natuur inclusieve gevelzone
Het zijn reuzen en dienen dan ook als reuzen vorm gegeven te worden. De omvang schept verantwoordelijkheden naar de omgeving. Ze zullen het landschap wel bepalen maar mogen niet detoneren. Omdat het gebouw slechts een beperkt aantal werknemers huisvest is het van groot belang dat het kantoorgedeelte, ten opzichte van de omgeving zorgvuldig gesitueerd wordt. Daarmee krijgt het een gezicht, en een adres. Op die plek krijgt het gebouw een menselijke schaal en worden groot en klein met elkaar verbonden.
Dit stelt ook eisen aan de inrichting van de omgeving en de inrichting van het entreegebied. Ook daar moet de inrichting naar menselijke maat de grootschaligheid van het gebouw dragelijk maken. Om de omvang van het complex zoveel mogelijk te beperken vragen we zo veel mogelijk te stapelen. Liever in een geleed volume dan in één grote doos.
Aangezien de datacenters op bestaande bedrijventerreinen gevestigd worden geldt het vigerende beeldkwaliteitsplan (BKP). Indien deze ontbreekt of verouderd is dient een nieuw BKP opgesteld te worden. Er zijn aanleidingen om per locatie in de vorm van maatwerk eisen te stellen, die ingaan op de precieze inpassing van het gebouw op een terrein. Daarmee kan per locatie onderzocht worden wat de bijdrage van het gebouw aan zijn omgeving kan zijn.
Landschappelijke uitgangspunten
In algemene zin kunnen een aantal uitgangspunten geformuleerd worden. Indien een datacenter voorziet in een eigen elektriciteitsvoorziening, zoals een 150 kV inkoopstation, dient deze integraal in de ontwerpopgave meegenomen te worden en in een gebouwde voorziening te worden opgenomen. Een open opstelling vraagt te veel ruimte en past niet in het beeld van de bedrijventerreinen.
We vragen om intelligente multifunctionele gebouwen met duurzame toepassingen die de ruimtelijke kwaliteit en duurzaamheid verhogen. Natuur inclusief, hemelwateropvang en zonne-energie dienen integraal in het ontwerp opgenomen te worden. De nadruk voor deze functies ligt op de gevel maar ook het dak dient, waar mogelijk voor deze functies benut te worden
De veiligheid van en in het gebouw is van groot belang. Het is echter ongewenst om terreinen met grote hekwerken te omzomen. Met bijvoorbeeld water kan in de vorm van een gracht een goede afscheiding gemaakt worden. Door de buitenruimte onder het gebouw te situeren kan het gebouw compact gehouden worden en de afscheiding (het hekwerk) in de gevel opgelost worden.
Voorbeeld van opslagruimte onder het gebouw, gracht en hek, Sciencepark Amsterdam
Natuur inclusief
De omvang van het gebouw kan ook een belangrijke bijdrage leveren aan de natuurontwikkeling en een bijdrage leveren in de geest van het Deltaplan Biodiversiteitsherstel, door de gevels en dak natuur inclusief te ontwerpen. Een gladde dichte gevel biedt geen kansen voor natuur en is hard door zijn omvang alleen al. Een zekere mate van porositeit is van belang voor een natuur inclusief ontwerp.
Door een gevelzone van 1 m à 2 m diep te ontwerpen waar de afscherming (d.m.v. hekken) kan worden gesitueerd, is ook voldoende ruimte voor de beluchting, energieopwekking en het benutten van hemelwater als koelmedium. Langs niches, loggia’s, richels of roosters kunnen luwte en nestelgelegenheden geboden worden waardoor dieren (vooral vogels en insecten) en planten de ruimte krijgen om zich in de verdikte schil van het gebouw te vestigen. Zodoende is een gebouw geen barrière meer maar juist een stapsteen voor de natuur, die een bijdrage levert aan de leefbaarheid in z’n omgeving. Ook kunnen zonnepanelen op de daartoe geschikte gevels in het ontwerp worden geïntegreerd.
Inspiratie voor de gevelzone waar hek, beplanting en nestelgelegenheden opgenomen kunnen worden.
Planten kunnen ook simpel uitgenodigd worden, zonder dure beheersmaatregelen op horizontale delen zoals mossen op een rots, en klimmers met hun voeten in de aarde hebben slechts houvast nodig om zich te ontwikkelen. Het maaiveld om het gebouw heen -mits afgestemd op de soorten die men verwacht- biedt foerageerplekken, kleur en rijkdom voor alle soorten en de medewerkers van het bedrijventerrein. Polanenpark bijvoorbeeld bevindt zich op een cruciale positie in de Stelling van Amsterdam (hoge ecologische waarden) en de Groene As die daarlangs de Haarlemmermeer binnen komt. Juist op een bedrijventerrein kan een gastvrij gebouw die het leven uitnodigt en faciliteert, de biodiversiteit vergroten en bijdragen aan het imago van de sector.
Voorbeeld natuur inclusieve gevelzone.
Mits kundig gedaan zullen soorten de plek ontdekken en gebaat zijn door een natuur inclusieve gevelzone en de beplanting eromheen. Ook dat is een vorm van ruimtelijke kwaliteit, niet alleen voor ons maar voor alles wat leeft. Door per locatie te verkennen welke bijdrage er aan de biodiversiteit en vergroening geleverd kan worden kunnen bijdragen aan leefbaarheid gerealiseerd worden met betrekkelijk eenvoudige middelen in een integraal ontwerp
Bij ieder Programma van Eisen (PvE) vragen we het PvE van de dieren mee te nemen in de opgave, om daarmee concrete invulling te geven aan het Deltaplan voor biodiversiteitsherstel (van Louise Vet, omarmd door de minister van Landbouw). Afgestemd op de biotopen in de omgeving wordt bij het gebouw gebruik gemaakt van de diverse oriëntaties en hoogtes, natte en droge biotopen. En niet te vergeten, een blauw-groene zone om het gebouw zelf, waardoor voldoende voedsel dichtbij te vinden zal zijn voor soorten (ook hier geldt diversiteit als rijkdom, natuurvriendelijke oevers, goede verbindingen voor diersoorten met het omringende landschap e.d.)
Benuttingsmogelijkheden onverharde gronden
Naast aspecten als vorm en omvang van het gebouw op de kavel is ook de landschappelijke inrichting van de directe omgeving van het gebouw belangrijk. In het bestemmingsplan is opgenomen dat 75 % van het onbebouwde terrein onverhard is met een minimum van 250 m2 en dat de onverharde gronden landschappelijk moeten worden ingepast. Deze onverharde ruimte kan als volgt worden benut:
Planten van bomen met een grootte die passend is bij de gebouwen, de bomen leveren een bijdrage aan de ruimtelijke kwaliteit.
Groene inpassing van de parkeerplaatsen zodat de geparkeerde auto’s niet dominant in het beeld aanwezig zijn.
De inrichting is klimaatadaptief ontworpen.
De entreezone inrichten met soorten die een meer representatief natuurlijk karakter hebben.
Aanwezige waterlopen voorzien van natuurlijk ingerichte oevers met ruimte voor plant en dier.
Opnemen van grazige natuurlijke vegetaties.
Opnemen van heestergroepen die in omvang en soortenkeuze aansluiten op de landelijkheid van Haarlemmermeer.
De soortenkeuze van heesters en natuurlijke vegetaties sluit aan op de behoefte van de doelsoorten (bijvoorbeeld vogelsoorten) waar bij de natuur inclusieve inrichting van het gebouw vanuit wordt gegaan. Gebouw en omgeving horen duurzaam en logisch bij elkaar.
Hoofdstuk 6
Artikel 6.1
Ruimtelijke kwaliteit en landschappelijke inpassing
Onderdeel van Besluit van de gemeenteraad van de gemeente Haarlemmermeer houdende regels omtrent Datacenterbeleid gemeente Haarlemmermeer