Een aantal maatregelen op het gebied van duurzaamheid, zoals het verminderen van het energiegebruik, het verhogen van de efficiency, een zorgvuldige benutting van water en het gebruik van restwarmte vraagt om verdere uitwerking en samenwerking met markt en andere betrokken partijen. De verdere uitwerking is nodig op technisch gebied maar met name in relatie tot organistische aspecten zoals leveringszekerheid van warmte en financiën.
Gemeente Amsterdam, Almere en Haarlemmermeer gaan onderzoeken op welke wijze de verdere uitwerking samen met stakeholders plaats kan vinden. Eén van de mogelijkheden waar over nagedacht wordt is een Green Deal. Het kan hierbij gaan om één Green Deal waarin onderstaande onderwerpen worden uitgewerkt maar ook de optie om tot verschillende samenwerkingsvarianten te komen staat open.
Warmte uitkoppeling
Sinds 2017 wordt de restwarmte van datacenters aangeboden, maar niet opgehaald. In het nieuwe vestigingsbeleid worden strenge voorwaarden gesteld aan het ruimte-, energie- en waterverbruik van (nieuwe & uitbreidingen van bestaande) datacenters. Het benutten van restwarmte kunnen datacenters niet alleen en om vrijkomende restwarmte van een datacenter te benutten zijn alle partners in de warmteketen nodig. Om belemmeringen in kaart te brengen en weg te nemen wordt samenwerking gezocht.
PUE
PUE als enige meetmethode is te eenzijdig voor het meten van energie efficiëntie. Verdere verfijning is nodig om duurzaamheid te kunnen meten en realiseren. Amsterdam Economic Board adviseert om dit onderwerp verder te ontwikkelen als onderdeel van een Green Deal.
Op dit moment wordt energie-efficiëntie in datacenters gemeten met de PUE (Power Usage Effectiveness). De PUE is de waarde van het totale energieverbruik tijdens gebruik, gedeeld door de hoeveelheid energieverbruik van ICT-apparatuur. Hoe efficiënter de koeling en de elektriciteitsverdeling van de apparatuur is, hoe energie-efficiënter het datacenter werkt en hoe lager de PUE is. Wij zetten in op PUE < 1,2. De wijze waarop de PUE kan worden berekend is recent eenduidig vastgelegd in de Europese EN 56000 normen. De PUE is een breed gebruikte norm binnen de branche en voor toezichthouders prima toetsbaar.
Echter, de PUE heeft een aantal beperkingen. De PUE is een verhoudingsgetal; dus als het totale energieverbruik naar beneden gaat en het energieverbruik van ICT-apparatuur ook, dan kan de PUE nog steeds 1,2 blijven terwijl het datacenter wel energie-efficiënter is geworden (vergelijk 100/80 met 80/64 is in beide gevallen PUE van 1,25). Daarnaast kan de PUE hoger uitkomen terwijl er per saldo minder energie wordt gebruikt, vergelijk 100/80 met 90/70. De PUE is in het laatste geval 1,28.
Er zijn twee manieren om de PUE te verlagen: 1) minder non-IT load (energie-efficiëntere koeling etc.) of 2) meer IT-load per server. Maatregelen van datacenterklanten om de IT-load per server te vergoten, zoals virtualisatie of powermanagement, kunnen negatief uitwerken op de waarde van de PUE. De energie voor de koeling (non IT-load) daalt waarschijnlijk niet in gelijke mate mee met de IT-load van servers, omdat deze lucht- en waterstromen trager zijn. Het optimaler inzetten van powermanagement en virtualisatie kan significant aantal procenten van de noemer 1 van de PUE afhalen, maar in verhouding minder procent van de teller van 1 + 0,2, 0,3 et cetera, waardoor de PUE-waarde zal stijgen, terwijl het totale energieverbruik daalt.
De PUE zou dus niet het enige instrument moeten zijn voor het meten van energie-efficiëntie binnen een datacenter. Een verdere uitbreiding van meetinstrumenten naast de PUE is essentieel om duurzaamheid van een datacenter permanent te monitoren. Binnen de internationale standaardisatie gremia en vanuit marktpartijen worden diverse normen ontwikkeld hiervoor. Binnen LEAP wordt gewerkt aan het gebruik van een extra meetinstrument waarmee energie-efficiëntie van ICT gemeten kan worden,
Door ook bijvoorbeeld energiegebruik per Gbyte en kWh/m2 te meten, wordt meer ICT per m2 gestimuleerd met efficiëntere koeling en minder benodigde m2. Dit in combinatie met de PUE-eis en sturing op efficiënt server gebruik, kan zorgen voor meer energie-efficiëntie. In een label kan per onderdeel een waardering gegeven worden. Bijvoorbeeld de Server Idle Coëfficiënt (SIC), energiedichtheid (kW/m2) en PUE. Daarnaast ook kan het watergebruik (WUE) en het energiehergebruik (ERE) worden toegevoegd. Alleen dan kom je uit op innovatieve manieren om duurzaamheid te realiseren.
Energie-efficiëntie en circulariteit
Servers in datacenters worden vaak na twee tot vier jaar vervangen omdat er nieuwe, energie-efficiëntere servers op de markt zijn. In een duurzaam datacenter is niet alleen energie-efficiëntie tijdens het gebruik van de server belangrijk, de inzet van materialen en het productieproces, dus andere delen van de totale levensduur van de server, spelen een steeds grotere rol. De milieu-impact van een product, waarvan CO2 impact een belangrijke component is, wordt niet alleen bepaald door energie gebruik tijdens gebruik. Steeds vaker wordt ook de impact over de andere levensfasen meegenomen. Daarbij gaat het over winning van grondstoffen, de productie en ook de afdankfase. Dit niet alleen om verspilling van schaarse materialen te voorkomen maar met name ook om CO2- en NO2-emissies te verlagen. Met het verkorten van de levensduur van de producten hebben deze impact relatief een steeds groter aandeel van de totale impact.
Deze impact kan gereduceerd worden door producten, componenten en materialen te hergebruiken. Milieueffecten van winning van grondstoffen, het maken van halffabricaten en verwijderen worden vermeden. Modulair ontwerp biedt daarnaast ook een oplossing voor beperking van milieuschade. Indien goed doordacht ontstaat de mogelijkheid bepaalde onderdelen te vervangen om bijvoorbeeld tegemoet te komen aan veranderende (vraag naar) functionaliteiten. Onderdelen die niet meer te gebruiken zijn, kunnen worden teruggewonnen en omgezet naar materialen die kunnen worden ingezet voor volgende producten. In het rapport ‘Circulaire Dataservers’ geschreven door FFACT in opdracht van de Amsterdam Economic Board (2018) staan concrete voorstellen beschreven om circulariteit mee te nemen in aanbestedingen.
Ontwikkelen van betere meetinstrumenten en eisen in een ontwikkelagenda
Op dit moment geldt het MJA3-ICT energie convenant en de Erkende Maatregelenlijst (EML) op grond van het Activiteitenbesluit Wet milieubeheer als methode om energiebesparing bij datacenters te monitoren. Het komt erop neer dat organisaties investeren in technieken die zich binnen 5 jaar terug moeten verdienen. De EML is het kader waarbinnen nu gewerkt wordt. De erkende maatregelen worden periodiek geactualiseerd, waarbij nieuwe rendabele maatregelen worden toegevoegd aan de EML-lijst per sector. Echte vernieuwing wordt hiermee niet gestimuleerd. Het is daarom sterk aan te raden om, naast huidige resultaten m.b.t. energie-efficiëntie, nieuwe instrumenten in te gaan zetten. Bijvoorbeeld meetinstrumenten voor energiegebruik per Gbyte en kWh/m2 in combinatie met de PUE en een voorstel voor toepassing van maatregelen ter bevordering van circulariteit van servers.
Hoofdstuk 6
Artikel 6.4.5
Samenwerking
Onderdeel van Besluit van de gemeenteraad van de gemeente Haarlemmermeer houdende regels omtrent Datacenterbeleid gemeente Haarlemmermeer