Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3

Artikel 3.2.1

Voorwaarden en afwegingskaders pgb

Onderdeel van Beleidsregels maatschappelijke ondersteuning 2021

Het college verstrekt slechts een pgb wanneer dit voor cliënt een passende oplossing is. Het college onderzoekt dan of: Een pgb de wil is van cliënt zelf. De cliënt moet zelf kunnen aangeven waarom een pgb een goede oplossing is; De cliënt of iemand in zijn of haar nabije omgeving (niet de hulpverlener) het pgb kan beheren. In het geval van dienstverlening moet degene die het pgb beheert de volgende taken kunnen uitvoeren: een contract aangaan; een zorgverlener die aan de zorgvraag kan voldoen kiezen; zorg inkopen die van voldoende kwaliteit is; de zorgaanbieder aansturen; de administratie met betrekking tot de verleende zorg bijhouden; eventuele werkgeverstaken uitvoeren: als de cliënt vier of meer dagen per week ondersteuning inkoopt, is de cliënt als werkgever aan te merken. Daar horen verplichtingen en taken bij. In het geval van een voorziening gaat het om de volgende taken: offertes aanvragen; voorziening kopen die van voldoende kwaliteit is. Het college verstrekt geen pgb: Als in de 3 jaren voorafgaande aan de melding door de cliënt onjuiste of onvolledige gegevens zijn verstrekt en de verstrekking van de juiste gegevens tot een andere beslissing zou hebben geleid; Als in de 3 jaren voorafgaande aan de melding de cliënt het pgb niet of voor een ander doel heeft gebruikt; Voor zover deze is bedoeld voor ondersteuning- of administratiekosten in verband met het pgb. Voor de inzet van (para)medische hulp. Indien de pgb-beheerder een en dezelfde persoon is als de hulpverlener. Het college kan een pgb weigeren; Als de kwaliteitseisen van de diensten, hulpmiddelen of woningaanpassingen niet voldoen aan dezelfde eisen als die aan ZIN worden gesteld. Wanneer de cliënt met het pgb dienstverlening uit het sociaal netwerk inkoopt gelden de volgende afwegingskaders: Een pgb voor de inzet van hulp door iemand uit het sociaal netwerk moet leiden tot minstens even goede en effectieve ondersteuning als de inzet van ondersteuning door een professional. Er mag geen belangenverstrengeling zijn. Er mag geen situatie ontstaan die in strijd is met de in ‘t Plan of in de beschikking gestelde doelen. Wanneer de persoon van wie gebruikelijke hulp verwacht kan worden (bijvoorbeeld de partner) overbelast is, geeft het college geen pgb af waarmee deze persoon ingehuurd kan worden. Dit is namelijk geen oplossing voor de overbelasting.

Rechtspraak bij dit artikel