In het kader van het onderzoek naar aanleiding van een melding gelden de algemene regels. Dat betekent dat ook wanneer er sprake zou kunnen zijn van een pgb, degene die het onderzoek uitvoert te allen tijde het recht heeft, om in het belang van het onderzoek, cliënt zonder aanwezigheid van derden te spreken.
De mogelijke uitvoerder van de ondersteuning wordt in het stadium van het onderzoek naar aanleiding van de melding niet betrokken bij het onderzoek, tenzij dit noodzakelijk is in het kader van de vraagverheldering of het onderzoek c.q. de vraagverheldering in opdracht van het college door deze aanbieder wordt verricht.
Een pgb aanbieder komt derhalve in beginsel pas concreet in beeld nadat het ondersteuningsplan is opgesteld, en het de wens is van de cliënt de verstrekking van de ondersteuning te laten plaatsvinden in de vorm van een pgb.
Als tot de conclusie wordt gekomen dat ondersteuning nodig is, kan de cliënt aangeven of hij de verstrekking van de ondersteuning middels (het toegelichte aanbod in) zorg in natura wil ontvangen, of opteert voor het zelf inkopen via een pgb.
Het uitgangspunt is dat een cliënt óf kiest voor Zorg in Natura, óf –daar waar mogelijk- voor een pgb.
De benodigde zorg wordt dan of via een gecontracteerde aanbieder verleend, of via een niet-gecontracteerde pgb-aanbieder. Een combinatie van ZIN en pgb is in principe niet mogelijk.
Wanneer een aanbod voor een maatwerkvoorziening in de vorm van een pgb overeenkomt met het aanbod van een gecontracteerde aanbieder, zal het college dit onder de aandacht van de cliënt brengen. Immers, de kwaliteit van de met het pgb ingekochte ondersteuning moet minimaal voldoen aan de eisen die het college stelt aan de door haar gecontracteerde aanbieders.
Hoofdstuk 3.
Artikel 20.
Algemeen, onderzoek en keuze aanbieder
Onderdeel van Uitvoeringsregels maatschappelijke ondersteuning Drechterland 2020