Als een cliënt voor zijn participatie of zelfredzaamheid afhankelijk is van een open gehandicaptenvoertuig (scootmobiel), aangepaste fiets of elektrische rolstoel, moet de cliënt kunnen beschikken over een adequate stallingruimte. Het vervoermiddel of de rolstoel moet daarbij beschermd zijn tegen weersinvloeden, diefstal en vernieling. Dat betekent dat er sprake moet zijn van veilige stalling in een afgesloten ruimte (hal van wooncomplex, een afgesloten tuin, garage) en/of een (af)dak waar het voertuig of de rolstoel onder gestald kan worden. Deze stallingruimte moet voor de cliënt bereikbaar zijn.
Hoofdstuk 4 › Paragraaf
Artikel 49.
Stallingruimte
Onderdeel van Uitvoeringsregels maatschappelijke ondersteuning Drechterland 2020