De in artikel 3 bedoelde belasting wordt niet geheven ter zake van:
gebouwde onroerende zaken, welke in hoofdzaak zijn bestemd voor de openbare eredienst of voor openbare bijeenkomsten van genootschappen op geestelijke grondslag – andere dan kerkgenootschappen – die rechtspersoon met volledige rechtsbevoegdheid zijn, voor het gezamenlijk beleven van en zich bezinnen op de aan die genootschappen ten grondslag liggende levens-overtuiging;
gebouwde onroerende zaken, welke in hoofdzaak worden gebruikt voor de publieke dienst van de gemeente.
Artikel 12.