Naar hoofdinhoud
5.3.1 . De werkzaamheden dienen conform de richtlijnen van de Rietdekkersfederatie te worden uitgevoerd. 5.3.2 . Het rietdekkerswerk dient bij voorkeur met inlands riet te worden uitgevoerd. 5.3.3 . Het rietwerk dient met een dun eenjarig riet met een frisgele kleur en een sterke, harde dikwandige stengel, behoudens een zeer dunne spreilaag van dikker en langer riet te worden uitgevoerd. De in de bossen aanwezige doelen dienen zoveel mogelijk te worden verwijderd. 5.3.4 . Bij het dekken van het riet gebruik maken van spandraad nr. 6 in roestvast staal of dubbel gegalvaniseerd. Binddraad nr. 18 in roestvast staal; gegalvaniseerd draad hiervoor is niet toegestaan. Traditionele bindmethoden met wilgentenen zijn eveneens toegestaan. 5.3.5 . Voor zover er herstelwerk aan de dakconstructie plaatsvindt, waar rondhout zit of heeft gezeten, moet ook weer rondhout worden toegepast. Doorsneden in het algemeen 100 mm, hart op hart 75 cm. 5.3.6 . Rietvorsten moeten in principe in een met varkens- of paardenhaar gewapende kalkspecie worden gelegd. De wijze van nokafwerking moet qua materiaal, vorm en kleur overeenkomen met de oorspronkelijke, historisch juiste nokafwerking.

Rechtspraak bij dit artikel